
JAZZ OPERA STRIP NU AL
EEN COLLECTOR’S ITEM
De door Harvey Pekar geschreven en door Joseph Remnant getekende strip van de
jazzopera “Leave Me Alone” is te koop en bij voorbaat een collector’s item. De
gedrukte en gesigneerde versie is te koop in een gelimiteerde oplage voor $ 300,- per stuk en de ongesigneerde
digitale download versie voor slechts $ 5,-. De opbrengst heeft tot doel de
kosten te dekken voor de eenmalige en gratis toegankelijke opvoering van deze
jazz opera op 31 januari in de Finney Chapel van het Oberlin College, die op die
avond ook live via de website www.leavemealoneopere.com te volgen is.
Harvey Pekar bracht zijn werkzame leven door als eenvoudige archivaris bij een
hospitaal, hetgeen hem de ruimte gaf zijn werkelijke interesse, het schrijven
van teksten voor ‘comic books’ te realiseren. Het meest bekend werd hij door
zijn samenwerking met illustrator Robert Crumb in de serie “American Splendor”.
Hij was daarnaast actief als jazz recensent, o.a. voor Down Beat en JazzTimes, en als radiopresentator. De jazz opera wordt opgevoerd door Pekar en componist/saxofonist Dan Plonskey
met assistentie van hun echtgenotes en Robert Crumb, die per telefoon
intervenieert. Zij worden terzijde gestaan door een studentensextet van Oberlin
College en een zangkwartet.

PIANIST WOLFERT BREDERODE TOERT DOOR DUITSLAND EN OOSTENRIJK
Wolfert Brederode bouwt stap voor stap verder aan zijn loopbaan, die begon met
zijn afgeronde studies klassiek en jazz aan het Koninklijk Conservatorium in
Den Haag. Na zijn afstuderen trad hij op 12 juli 1998 al aan bij het North Sea
Jazz Festival in Den Haag. Bij de ensemblelessen was docent/drummer Eric Ineke
een dermate belangrijke inspirator voor hem en collega student bassist Gulli
Gudmundson, dat zij jarenlang als trio op pad gingen. Beïnvloed in eerste instantie door
de lyrische pianist Bill Evans en dito trompettist Miles Davis en later door
avant-gardist altist Ornette Coleman en de deels klassiek georiënteerde
pianisten Paul Bley en Bobo Stenson, kenmerkt Wolfert’s spel zich door een
serene ingetogenheid, die om luisteraandacht vraagt. Zijn bescheiden spel werd
dan ook menigmaal weggedrukt door uitbundige blazers, maar als begeleider van
zangeres Susanne Abbuehl kwam dat volledig tot zijn recht met grote erkenning
in het buitenland. Met haar nam hij twee cd’s voor het label ECM op,
“April”(2001) en “Compass”(2006), als opstap naar zijn eigen cd als leider voor
dit kwaliteitslabel, “Currents” in 2007. Zijn lyrische spel wordt zeer
gewaardeerd door dramaturgen. Zijn subtiele toucher vraagt echter om een
aandachtig publiek en dat vindt hij eerder in Duitsland dan ons land met
regelmatig luidruchtig jazzcafé publiek.
Anders gezegd: Wolfert Brederode speelt op concertniveau en niet op clubniveau.
Als eerste Nederlandse jazzmusicus op het ECM label staan de deuren in
Duitsland wijd voor hem open. Na op 16 januari met drummer Joost Lijbaart te
hebben gespeeld in de Jazzstudio in Nürnberg gaat hij de komende maand tien
concerten geven met zijn kwartet in zowel Duitsland als Oostenrijk na een
optreden voor het Goethe Institut in Amsterdam op 5 februari. De concertdata
zijn in Duitsland: Bonn Rheinische Landes Museum (10.2), Berlijn A - Trane (11.2), Osnabrück Blue Note (12.2), Braunschweig Piccolo Theater (13.2), Dinslaken Katrin - Türcks Halle (14.2) en München Unterfahrt (19.2) met een radio uitzending
door de Bayerischen Rundfunk. En in Oostenrijk: Schwaz Eremitage (16.2), Linz Count Davis Jazzclub (17.2), Wenen Porgy & Bess (18.2) en Schärding Kubinsaal (20.2).
In maart volgen nog festivaloptredens van het kwartet samen met saxofonist Yuri
Honig in Nicaragua en Panama. Het kwartet bestaat nu uit Claudio Puntin op
klarinetten, Mats Eilerts op bas en Samuel Rohrer op drums.

NIEUWE BOEKEN
THE COMPLETE QUINCY JONES
Eén van de merkwaardigste musici voortgekomen uit de naoorlogse jazzgolf is
Quincy Jones. Een onvoorstelbare harde jeugd heeft hem tot een vechter gemaakt,
die onder een soepele glimlach een stalen doorzettingsvermogen verbergt. Die na
75 jaar de balans opmaakt met als conclusie: “I believed in my dreams because
they were my only option”. Al vele decennia is hij ‘verloren’ voor de jazz en
vooral actief in de popsector voor musici, plaatopnames en films. In beide muzieksectoren
heeft hij meer dan voldoende meegemaakt om een televisieserie te vullen. Jones
was en is vooral achter de schermen werkzaam en in de nabije toekomst heel
misschien ooit als cultureel attaché voor Obama, maar hij wil als het niet op
tv kan wel in boekvorm verhalen over de “hard times and good times”. Het is daarom verrassend, dat zijn nieuwe
autobiografische boek “The Complete Quincy Jones: My Journeys & Passions”
beduidend minder dan 150 pagina’s telt waarvan een belangrijk deel afbeeldingen
betreft – sommige uitneembaar - van memorabilia. Zijn vorige biografische werk
“Q” telde 416 pagina’s, dus de term “The Complete” is enigszins overdreven.
Misschien wil hij auteur Ben Fong Torres een stap voor zijn, die naar verluid
werkt aan een biografie over Jones. Of houdt hij rekening met nieuwe
hersentumor complicaties.
”The Complete Quincy Jones: My Journeys & Passions”; Insight Editions 2008;
132 pag. hardcover $ 45,- (Amazon $ 29,70) ; ISBN 9781933784670.

BORIS VIAN, LE SWING ET LE VERBE
Frankrijk kan mentaal nog steeds geen afscheid nemen van de jong gestorven
cultheld Boris Vian, auteur, dichter, schilder, vertaler, jazzscribent,
scriptwriter, librettoschrijver, trompettist en orkestleider, producer,
uitvinder, kortstondig clubmanager en hartstochtelijk polemist: 1920 - 1959.
Een nieuwe biografie, maar nu in beeldvorm, moet aan dat onstilbare verlangen
naar een van de helden van ‘jadis’ tegemoetkomen. Vian leek qua uiterlijk op
onze schrijver Willem Frederik Hermans, die slechts één jaar jonger dan Vian
was , schreef even dwarse polemieken als Hermans verzamelde “Mandarijnen op zwavelzuur” (1964), maar
hoefde zich niet onder te dompelen in het bourgeois milieu van de Groningse
Universiteit uit de vijftiger jaren. Integendeel, zijn gesprekspartners waren Jean Paul Sartre (1
levenslange psychiater, 37 psychische problemen en evenzoveel zelf aangedragen oplossingen) en Simone
de Beauvoir (haar gedeeltelijke sleutelroman "Les Mandarins" verscheen al in 1954).
Op 29 juni a.s. wordt de vijftigste sterfdag van Boris Vian herdacht. Pour les
gens de troisieme age en vacances en France is dat straks een niet te vermijden
gelegenheid om zich te verdiepen in een zeldzaam multitalent, waarvan er geen
evenknie elders te vinden is. Het boek bevat veel foto's, afbeeldingen van programma's en affiches en andere memorabilia, die Nicole Bertolt in haar functie van directeur van de Fondation Vian selecteerde.
”Boris Vian, le Swing et le verbe”; Nicole Bertolt & François Roulmann;
Textuel 2008; 224 pag.; Euro 49,90;
ISBN 9782845972971 .

COME IN AND HEAR THE TRUTH
Het aantal legale en illegale Latino’s overtreft in Noord Amerika ruimschoots
het aantal Afro Amerikanen. Velen van hen worden in de overwegend blanke
maatschappij zonder grote problemen geaccepteerd. Veel nazaten van voormalige
uit Afrika door Nederlanders, Engelsen en Portugezen met eeuwenlange
toestemming van alle grote kerkgenootschappen aangevoerde slaven voelen zich
echter nog steeds geen volwaardig Amerikaans staatsburger. Simpelweg, omdat zij
in de dagelijkse praktijk tegen zichtbare en onzichtbare hindernissen oplopen.
Nog veel problematischer was de situatie kort voor en na WO II. Voor veel Afro
Amerikanen was de weg omhoog op de sociale ladder alleen mogelijk in muziek
(jazz), sport (boksen) en showbusiness (revues). De scheiding tussen blank en
zwart vond ook letterlijk plaats in de concertzalen en Norman Granz, lange tijd
bevriend met een Afro Amerikaanse, maakte er in de vijftiger jaren een hard
punt van om elke vorm van segregatie te voorkomen. Met succes en met gewonnen rechtszaken,
waarbij de geleden financiële schade het doorslaggevende winnende juridische
argument was, niet de discriminatie van rassen.
In dit verband moet ook opgemerkt worden, dat de gruwelijke praktijken van de
Ku Klux Klan in de zuidelijke staten na 1950 niet door de politie of de
overheid werden afgeremd, maar door burgers, die in een schadeprocedure deze
racistische organisatie meer dan 7 miljoen dollar afhandig wisten te maken.
Auteur Patrick Burke, assistant professor of music aan de Washington University
in St. Louis, schreef “Come in and Hear the Truth: Jazz and Race on 52nd
Street” aan de hand van een aantal historische cases, die zich tussen 1935 en
1950 afspeelden aan deze historische muziekstraat, die na 1950 door de
veranderende uitgaanseconomie zijn allure verloor.
Op een korte afstand bevonden zich in Manhattan aan 52nd Street tussen 5th en
7th Avenue jazzclubs met grote historische namen ongeacht hun oppervlakte: Onyx
Club, Famous Door, Hickory House, Jimmy Ryan’s en The Three Deuces.
Hier vermengden zich blank en zwart publiek en dito musici, maar niet zonder
weerstand. Burke behandelt de verwikkelingen tussen rassen en jazzstijlen
(swing, bop en dixieland revival) middels de rol en het gedrag van daar
optredende zwarte musici als violist Stuff Smith, zangeres Maxine Sullivan,
sextetleider John Kirby, pianist Count Basie, plus “The Spirits of Rhythm” en
het fenomeen “mixed bands” zoals geleid door de blanke klarinettist Joe
Marsala. Ook de blanke en succesvolle trompettist/zanger Louis Prima en collega
Wingy Manone, die populariserend aanhaakten op succeselementen van de ‘zwarte’ jazz, worden in 52nd Street licht onder de loep
genomen.Een interdisciplinaire studie, musicologie - ethnologie - sociologie,
die het niveau van het gemiddelde historische jazzboek ver overstijgt.
”Come In and Hear the Truth: Jazz and Race on 52nd Street”; Patrick Burke;
University of Chicago Press 2008; hardcover $ 35,-; 304 pag.; ISBN 9780226080710 .

IN MEMORIAM: DAVID “FATHEAD” NEWMAN
WOESTIJNHEET SAXOFONIST
Op zaterdag 11 mei 1963 kon het Nederlandse publiek kennismaken met David
“Fathead” Newman (1933 - 2009). Hij trad op met het 22 mans orkest van Ray Charles, eerst in de Haagse Houtrusthallen en daarna in
de Zuidhal van de RAI in Amsterdam, waar de geluidsinstallatie niet goed werkte en het concert voortijdig op last van Lou van Rees werd beeindigd, omdat te enthousiaste jongeren door de RAI- suppoosten van het podium werden gesmeten.
De 20 januari jl. in een lokaal ziekenhuis
in Kingston (NY) op 75 - jarige leeftijd aan alvleesklier kanker overleden
saxofonist en fluitist, leidde dat weekeinde het Ray Charles Orchestra en de
Raelettes deskundig door het repertoire van soulgenius Ray. Niet alleen als
sectieleider werd hij op waarde geschat. Ook als solist stond hij goed
aangeschreven. Bijna twintig jaar later, hij had zich toen al een decennium
losgemaakt van het rondreizend Charles circus waar hij met onderbreking zo’n
twaalf jaar mee toerde, trad hij aan in het BIMhuis met Hank Crawford (altsax
voor deze gelegenheid) op vrijdag 30 en zaterdag 31 juli 1982. De opgewonden
aankondiging door dit Amsterdamse podium is nog steeds bijzonder interessant:
‘WOESTIJNHEET SAXOFOONGELUID UIT DE U.S.A. !!!!!!!”. En met een korte cv: “Gelouterd en opgegroeid in het fameuze
orkest van de GENIUS OF SOUL RAY CHARLES, geroemd en geprezen door CANNONBALL
ADDERLEY, vervolgens in de tang genomen door niets en niemand ontziende
grammofoonplaten- maatschappijen met kwijlerige Cross-over-Music en nu weer
terug op het juiste spoor met keiharde recht-voor-zijn-raap muziek. Geen radio !! Geen T.V. !! Niet op het
North Sea festival !!”. Geen woord Chinees bij, hooguit Broek in Waterlands.
Dat Newman rhythm & blues en soul met woestijn hitte en lyriek kon
combineren kenmerkte een generatie authentieke Zuidelijke talenten uit het
midden van de vorige eeuw, waaronder ook de 15 januari in Orlando overleden
collega uit de Ray Charles band, bariton saxofonist Leroy Cooper (1928 – 2009),
die evenals Newman in Dallas opgroeide. Het was Charles, die Newman een
prominente plaats gaf op het album “Fathead: Ray Charles Presents David Newman”
(1958), de eerste van een serie succesvolle platen voor Atlantic. Minder bekend
is, dat Newman twee jaar theologie studeerde en dit uitstekend wist te
combineren met gigs bij lokale bands, uiteenlopend van werk met Buster Smith
tot Ornette Coleman. Muziekstukken leerde hij ook zonder bladmuziek, die soms
op de kop op de lessenaar stond, waarna een leraar hem de bijnaam “Fathead”
(stommerik) gaf. Ray Charles, die betere oren had, noemde hem daarentegen
“Brains”.
Veel van zijn muzikale collega’s, waaronder Aretha Franklin, B.B. King en
Nathalie Cole, dachten eveneens positief over zijn allround speeltechniek en
schakelden hem in voor talloze, lucratieve platensessies. Ook Robert Altman
schakelde hem in voor de muziek in de film “Kansas City”. Interessant is, dat
Newman zijn hele loopbaan met bluesmusici optrad, beginnend met Ray Charles
baas Lowell Fulson in 1952 tot B.B. King vlak voor de eeuwwisseling. Dat de blues
zowel de boventoon als de ondertoon voerde in al zijn werk blijft een plezier
voor het oor.

Baritonsaxofonist Leroy Cooper, een collega van David "Fathead" Newman in de band van Ray Charles, overleed 15 januari aan hartfalen thuis in Orlando op 80 - jarige leeftijd. Na twee decennia in het Ray Charles Orchestra werkte hij vanaf 1977 twee decennia in Orlando bij Walt Disney's World Magic Kingdom.

KORT NIEUWS
ROLLINS DVD
Overmorgen verschijnt opnieuw de DVD “Sonny Rollins: Saxophone Colossus” uit
1986. Nu uitgegeven door Acorn Media. Deze documentaire van filmmaker Robert
Mugge bevat interviews en concertopnames uit New York en Tokio inclusief een
concert met een Japans symfonie orkest. Het geluid is wisselend van kwaliteit,
de lengte 101 minuten, de prijs $ 25,-
LOU VAN REES TAPES
Uit een studie van Jos Mulder bij de Rijksuniversiteit Utrecht voor kunstbeleid
en management blijkt, dat Lou van Rees (zie foto hieronder) het Amsterdamse Concertgebouw
meerdere jazzconcerten voor eigen gebruik quasi professioneel liet opnemen. Bij
de verkoop van zijn archief aan het toenmalige Nederlandse Jazz Archief, nu bij
het Muziek Centrum Nederland op één hoop geveegd met het poparchief, zaten
correspondentiestukken, affiches plus tapes met opnames van de door hem
georganiseerde (nacht)concerten. Na een cd met opnames van Chet Baker en Dick
Twardzik van 18 september 1955
verscheen recent de cd met opnames van Gerry Mulligan en Zoot Sims van 7 april
1956. Een volgende cd zou het concert van J. J. Johnson met Bobby Jaspar en
Elvin Jones betreffen met hun optreden van 17 augustus 1957 in het
Concertgebouw. Verrassend is het
bericht in de Volkskrant van 22.1.2009 waarin gemeld wordt, dat er ook een tape
klaar ligt uit 1960 van een door Lou van Rees georganiseerd concert met Miles Davis en John Coltrane. Dit betreft hun
Jazz At The Philharmonic tournee, die op 9 april 1960 het Kurhaus en het
Concertgebouw aandeed. Gezien de termijn van vijftig jaar voor
muziekauteursrechten moet hier gewacht worden tot 2010. De kans bestaat echter
dat de vijftig jaar termijn in de EU wordt verlengd tot zeventig jaar en dan moeten
de fans die het concert bijwoonden geduld hebben tot 2030 en ze de leeftijdsgrens
van 90 jaar passeren.

PIANIST ANNE GUUS TEERHUIS WINNAAR YPF JAZZ CONCOURS
Vandaag werd Assenaar Anne Guus Teerhuis (27) gekozen uit drie finalisten als
winnaar van het YPF Jazz Pianoconcours 2009. Michiel Borstlap concludeerde:
“Anne Guus is erg artistiek en weet met zijn muziek een creatief verhaal te
vertellen”. Teerhuis (zie foto hieronder) speelde tot zijn zeventiende ook
percussie, maar besloot definitief alleen piano te spelen. Hij studeerde aan het
Prins Claus Conservatorium in Groningen en slaagde in 2007 summa cum laude. Vorig jaar bereikte hij ook de finale van de
Dutch Jazz Competion, maar werd daar geen winnaar.
Op YouTube speelt Teerhuis “Blue Monk” solo.





