
NL JAZZ: 10 CD BOX
MET INTERESSANTE DUTCH JAZZ
Saxofonist en Volkskrant jazzjournalist Koen Schouten heeft een interessante cd box voor zijn krant
samengesteld met het puikje van de Nederlandse jazz en improvisatiemuziek. Voor
veertig euro krijgt men acht cd’s van bekende jazzmusici en twee van aan jazz
gerelateerde groepen: State of Monc (funk) en Jewels and Binoculars (free jazz
pop). Voor het samenstellen van deze NL JAZZ box werd onder meer geput uit de
stal van het Nederlandse platenlabel Challenge. Naast nieuwe releases zijn er
ook oudere producties. Helaas vergat de marketingafdeling de titels van de tien
cd’s te vermelden in de krantenadvertentie en op de website. De website is na
onze melding alsnog aangepast.Telefonische informatie leverde de volgende titels
op:
Bik Bent Braam “Goes Bonzai”, Benjamin Herman “The Itch”, Yuri Honing “Meet
Your Demons”, ICP Orchestra “Aan & Uit”, Jewels and Binoculars “The Music
of Bob Dylan”, New Cool Collective “Big Band Live”, Monsieur Dubois “Soul
Intergration”, Piet Noordijk “Jubilee Concert”, State of Monc “Clippertron”, Eric Vloeimans
“Summersault”. (volkskrant.nl/webwinkel).

MIKE DEL FERRO: FLYING JAZZ DIRECTOR
Van alle Nederlandse jazzmusici, die optreden over de grens is pianist en
componist Mike del Ferro (1965) onbetwist kampioen. Als Director of Jazz
Programs of American Voices treedt hij bijna permanent wereldwijd op terwijl hij voor American
Voices jazzfestivals en masterclasses organiseert. De afgelopen week zat hij in
Moskou en deze maand gaat hij naar Vietnam en daarna door naar Indonesië. Daar
staan eerst concerten op het programma in Bogor en dan in Jakarta, nl. in het Erasmushuis en de
Nine Muses Club waarna een masterclass gegeven wordt in het Institut Musik
Daya. Een optreden op het Jakjazz Festival sluit deze toernee af. Vervolgens
door naar Kuala Lumpur en dan weer terug naar ons land. Begin volgend jaar
staat Zuid Afrika op het programma waarna ook Nederland deze Flying Jazz
Director te zien krijgt met optredens in De Doelen Rotterdam (6.2), het
Tropentheater Amsterdam (7.2), de Mahogany Hall Edam (14.2) en cultureel podium
Roepaen Ottersum (15.2). Een weekje Kansas City wordt vervolgens afgewisseld
met Heist-op-den- Berg (27.3) waar Peter Anthonissen in de Hnita jazzclub het
werk van zijn overleden vader voortzet. En dan is er nog de Amerika tournee met
zangeres Deborah Brown!
Ondertussen maakte Mike een nieuwe cd
met bassist Andre Vasconcellos en
drummer Marcio Bahia: “Made in Brazil”.

VRIJHEIDSZANGERES MIRIAM MAKEBA OVERLEDEN
De opleiding, die Miriam Makeba kreeg aan het Zuid Afrikaanse Kilmerton
Training Institute was er volgens haar “op gericht de mensen met hun ogen in de
Bijbel te krijgen, zodat zij niet zouden zien, dat hun land intussen gestolen
en hun rijkdommen verscheept werden”. En de echte Afrikanen door de blanke
kolonisten en overheersers in dit christelijke land monddood gemaakt, gekleineerd en
achtergesteld werden, moet hieraan toegevoegd worden. Vrijheidsstrijd was Makeba’s
primaire doel, zingen was het middel om dit uit te dragen. Vandaag overleed de
zangeres in de vroege ochtend in de Pineta Grande kliniek in Castel Volturno op
76 jarige leeftijd aan hartfalen. Zij was gisterenavond tijdens het anti –
racisme en anti - maffia concert in Caserta ter ondersteuning van Roberto
Saviano, auteur van “Gomorra”, in elkaar gezakt. Makeba had in 2005 al
aangekondigd te stoppen, nam vorig jaar
nog afscheid van haar Nederlandse publiek, maar kwam begin deze maand in
Tilburg het podium weer op voor een concert bij het World Granny Festival.
“Mama Africa” werd 4 maart 1934 in Pretoria (Zuid Afrika) geboren, werd op haar
zestiende moeder en verliet haar geboorteland in 1959 om pas in 1990 na de val
van het apartheidsregime op verzoek van Nelson Mandela terug te keren. Zij had
als zangeres meegewerkt aan de anti- apartheidsfilm “Come Back, Africa”, die in
1959 op het filmfestival van Venetië in premiere ging in haar aanwezigheid.
Op uitnodiging van Harry Belafonte vertrok ze naar Amerika en mocht daarna niet meer terugkeren naar
Zuid –Afrika om de begrafenis van haar moeder te bezoeken. In 1964 trouwde ze
met haar musical director trompettist Hugh Masekela, waarvan zij in 1966 weer
scheidde. In Amerika trouwde ze met Black Power leider Stokely Carmichael
waarvan ze na tien jaar eveneens scheidde. Zij was in ons land in 1967 te zien
in tv- programma’s van de KRO. Het jaar daarop werd zij diplomate voor de
Afrikaanse kuststaat Guinea. In een
speech voor de Verenigde Naties stelde zij de de wereldwijde
rassendiscriminatie en de Zuid Afrikaanse apartheid scherp aan de kaak.
Ondertussen werd zij de bekendste zangeres afkomstig uit Afrika door haar “Click Clack” song en haar 1967 tophit “Pata Pata”.
Haar loopbaan als jazzzangeres startte in Zuid Afrika nadat ze in 1953 ontdekt
was door Nathan Mdledle de leider van de Manhattan Brothers, die haar bij de Cuban Brothers zag optreden. In 1956 richtte zij de vocal group The
Skylarks op waarmee ook platen werden gemaakt. Met de Amerikaanse drummer
Jimmy Pratt, die na een tournee met Bud Shank’s groep Jazz West Coast in Zuid
Afrika bleef, maakte zij eveneens plaatopnames. Zij was de leadzangeres in de
muziek en dansshow “King Kong”, een jazz opera die in 1958 in de taal van de
Zulu’s een zegetocht begon in het theater van de Universiteit van Johannesburg.
Deze blank- zwarte coproductie werd geschreven door Todd Matshikiza, Pat
Williams en Harry Bloom, die waren geïnspireerd door het succes van “Porgy
& Bess”. “King Kong” trok zelf in
de eerste tien weken meer dan honderdduizend bezoekers. De show was gebaseerd
op het leven van de Zulu bokser Ezekiel Dhlamina, bijgenaamd King Kong. Makeba,
die tijdens de repetities bijna was ontvoerd door een van de township gangs,
maakte grote indruk. Naast trompettist Hugh Masekela zat ook Kippie Moeketsi in
de cast. Een serie geplande voorstellingen in Nederland werd helaas niet
gerealiseerd, misschien was het echec van Quincy Jones “Free and Easy” in 1959
daar mede debet aan.
Veel later en met name in de negentiger jaren maakte ze platen met Dizzy
Gillespie, Toots Thielemans, Grover Washington, Nina Simone en haar ex-man High
Masekela. In ons land trad ze op bij vele festivals, waaronder het North Sea
Jazz Festival en het Roots Festival.
Haar Afrikaanse liederen werden weliswaar vaak gezongen in de taal van haar
moeder, het Xhosa, maar zijn minder authentiek dan velen denken, want gekruid
met Westerse en soul elementen. Dat is
de schuld van de Europeanen, stelde Makeba, want die hebben de Afrikaanse cultuur
vernield.
Miriam Makeba overleefde een vliegtuigcrash, diverse auto ongelukken, kanker en
haar dochter die in het kraambed stierf. Toen zij nog in Zuid Afrika woonde had
zij via haar moeder contact met de geest Mahlavezula, die haar vertelde, dat ze
dit land voor een lange trip zou verlaten en nooit meer zou terugkeren. Nelson Mandela bleek sterker dan de geesten, waarvan Miriam Makeba kon profiteren.

ART ENSEMBLE OF CHICAGO: “LES STANCES A SOPHIE” WEER VERKRIJGBAAR
De erkenning die de leden van de AACM niet of nauwelijks in hun habitat Chicago
kregen na hun oprichting in 1965 en nog minder van de artistieke scene in New
York, viel velen van hen wel ten deel in Parijs na hun aankomst daar eind zestiger jaren op zoek naar een “world
audience” en nieuwsgierig naar de culturele vrijheid die Parijs werd
toegedicht. Die weg naar Parijs was hen geduid door AACM lid Anthony Braxton,
een voorloper. Het AACM was weliswaar een collectief, maar ook in Parijs was er
een stevige naijver, cq. gezonde concurrentie tussen Anthony Braxton c.s. en de
leden van het Art Ensemble of Chigago: Egalité, Fraternité et Divisé . Dat is
ook logisch, want de pure avant-gardist Braxton met zijn intellectuele muziek
paste niet in het Art Ensemble waar – afgezien van het theatrale aspect – altijd verschillende elementen uit de rijke
jazzgeschiedenis geïncorporeerd werden.
De erkenning in Parijs was hartverwarmend, maar niet op alle
fronten. Een scherp onderscheid moet gemaakt worden tussen de Franse culturele
elite en de gewone burgerbevolking. Huisvesting bijvoorbeeld kregen de musici
of tijdelijk en gratis, enigszins illegaal via een directeur in zijn krankzinnigen gesticht, of via een jazzlievende
huisarts middels een grote boerderij buiten de stad in Saint-Leu-la-Foret.
Gingen de leden zelf op zoek naar woonruimte in Parijs dan bleek, dat ze door
de meeste verhuurders vanwege hun huidskleur geweigerd werden, behalve in de buurten
waar al veel buitenlanders - Algerijnen - woonden. Het American Center en het
Theatre Lucernaire in de Rue Odessa waren de eerste podia waarop het publiek
van de lichtstad na de mei revolutie van 1968 kennis kon maken met “The Great
Black Music” van deze jonge avant-gardisten uit Chicago. En zowel hier als
later op outdoor festivals was het enthousiasme van het publiek groot en de
erkenning - eindelijk - navenant. Dit werd niet alleen opgemerkt door de
jazzbladen Jazz en Jazz Hot, maar ook door de algemene intellectualistische
bladen, die lovende artikelen en lange interviews publiceerden. Soms met een
lastige vraag: wat was de invloed geweest van Sun Ra op de AACM. Antwoord: niet
anders dan die van Johnny Griffin (ook in Parijs te vinden op dat moment),
kortom niet veel, want wij - de jongere
generatie - scheppen onze eigen muziek. Dat het theatrale element enige
symbolische overeenkomst had, uitbundige kleding met ruimtevaart effecten en
Egyptische motieven bij Sun Ra en Afrikaanse kleding en gezichtsverf bij het Art Ensemble of Chicago, werd
wijselijk weggelaten.
Ook het Franse avant-garde label BYG was direct in de AACM- musici
geïnteresseerd, maar het was de ontmoeting in dat Lucernaire theater met een
zangeres, die samenwoonde met een Amerikaanse cameraman, waardoor het Art
Ensemble in november 1969 mocht opdraven voor de muziek bij de film “Les
Stances a Sophie”. Regisseur Moshe Mizrahi liet Bernadette Lafont, Philippe
Desprats en Bulle Ogier een typisch Frans verhaal vertolken naar de roman van Christiane
Rochefort: een moderne vrouw vecht zich vrij uit haar huwelijk in een standaard
middenklasse milieu, maar keert toch weer terug. Feminisme naast bourgeoisie,
vrijheid versus zekerheid. De muziek van rietblazer Roscoe Mitchell, saxofonist
Joseph Jarman, trompettist Lester Bowie, bassist Malachi Favors, drummer Don
Moye en zangeres Fontella Bass (mevrouw Bowie), werd in filmkringen niet hoog
gewaardeerd: “De ‘free jazz’ muziek is op zich prachtig, maar eist teveel
aandacht voor zichzelf op”. De muziek maakt zich echter deels ondergeschikt aan
de film. Dat geldt voor het eerste deel van “Variations Sur Un Theme De
Monteverdi”, dat zeer ingetogen gespeeld wordt en ook voor “Proverbes (I)”.
Door de beperkte impact die deze nouvelle vague film maakte is deze
interessante muziek met zowel soul als free jazz trekken op de achtergrond
gedrongen. De originele uitgave van Pathé in Frankrijk evenals de USA release
van Nessa in Chicago (hun vierde album) zijn collectors items geworden. De
onverwachte komst van de Soul Jazz cd “Art Ensemble of Chicago - Les Stances a
Sophie” biedt weer vrij toegang tot deze “Great Black Music”.

LABELS BLACK SAINT EN SOUL NOTE VERKOCHT
De Italiaanse kwaliteits jazzlabels
Black Saint en Soul Note zijn verkocht aan het eveneens Italiaanse platenlabel
CAM Jazz, eigendom van CAM dat ook in filmmuziek handelt.
Jazzlabels kunnen opgericht worden door een leraar Duits (Criss Cross) of door
een ex FBI- agent (Chiaroscuro) en soms is het de eigenaar van een platenzaak,
zoals bij het label Black Saint. Dat werd door Giacomo Pellicotti in 1975 in
Milaan gestart uit pure liefde voor de modernste jazz. Het eerste album was
“Black Saint”, de naam van het kwintet waarmee saxofonist Billy Harper in 1975
door Europa toerde en in Parijs opnames maakte. Aldus de labelnaam Black Saint.
Het label richtte zich op de moderne stromingen in de Amerikaanse jazz. Jazzpioniers
die in eigen land nauwelijks voet aan de grond kregen bij platenlabels konden
bij deze kleine Europese platenmaatschappij hun werk vrij gemakkelijk
vastleggen. Na Harper volgde binnen zeer korte tijd albums van Archie Shepp “A
Sea of Faces”, Muhal Richard Abrams “Sightsong”, Don Pullen - Sam Rivers
“Capricorn Rising”, Frank Lowe “The Flam”, Beaver Harris 360 Degree “In:
Sanity”, Steve Lacy - Roswell Rudd “Trickles”, Oliver Lake “Holding Together”
en Don Pullen “Healing Force”. Deze eerste worp van tien haalde bescheiden
verkoopcijfers waardoor er de eerste twee jaar veel geld bij moest. In 1977 nam
Giovanni Bonandrini, naast leraar ook jazzliefhebber en platenverzamelaar
(sinds 1940), het Black Saint label over, dat op dat moment een dozijn albums
had geproduceerd. Eind 1977 nam hij direct enkele albums op in New York met
Hamiet Bluiett, Julius Hemphill, George Lewis en Muhal Richard Abrams. Via een
goede distributie in Europa en Amerika raakte dit label steeds bekender. Al in
1979 besloot hij een dochterlabel te starten: Soul Note. De bedoeling was, dat
Black Saint vooral avant-garde uit zou brengen en Soul Note meer bebop en
aanverwante stromingen. Dit onderscheid vervaagde langzaam maar zeker want ook
Soul Note bracht naast hard bop werk uit van free jazz musici. In het
vinyltijdperk werden per album tussen de 3.000 en 5.000 exemplaren verkocht,
maar soms minder. Het label was niettemin een steun in de rug voor nieuwkomers
als het World Saxophone Quartet. Van hun Black Saint LP “Steppin” werden in
aanvang weinig platen verkocht, maar
naarmate de groep meer op tournee ging verbeterden de verkoopcijfers en werd
het zelfs een bestseller. Bonandrini’s zoon Flavio kwam in de zaak en nam in
New York de Amerikaanse distributie onder zijn hoede, waarvoor senior al de
basis had gelegd tijdens zijn frequente Amerika reizen, waarbij tegelijkertijd
studio opnames gepland werden.
In Italië nam Giovanni steeds meer locale musici op en zo werd een reeks albums
van Giorgio Gaslini uitgebracht en later op cd heruitgebracht. De standaard
policy om elk album steeds op voorraad te hebben door jaarlijks kleine oplagen
bij te persen werd door de dalende cd verkoop- cijfers onmogelijk. Hiervoor vond
men een oplossing door op bestelling CD-r’s te branden.
Black Saint vervulde met name in de tachtiger jaren dezelfde rol als Blue Note
in de vijftiger jaren. Zocht Blue Note de bop pioniers op, Black Saint richtte
zich op een nieuwe generatie improvisatoren. Hiervan waren velen afkomstig uit
de gelederen van AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians)
in Chicago en New York en BAG (Black Artists Group) in St. Louis.
De nieuwe eigenaar CAM Jazz heeft al een grote stal met bekende jazzmusici van
Chet Baker tot Phil Woods. CAM Jazz zal de opnames van Black Saint en Soul Note
ook via iTunes gaan verkopen.





