
JON IRABAGON WINNAAR THELONIOUS MONK JAZZ COMPETITIE
Van de drie saxofonisten, die doordrongen tot de finale van de Thelonious Monk
Saxofoon Jazz Competitie is de in New York wonende en uit Astoria (Queens)
afkomstige Jon Irabagon de winnaar geworden. De tweede plaats werd behaald door
Tim Green uit Baltimore en de derde plaats door Quamon Fowler uit Fort Worth.
Zij traden zondagavond jl. op in een uitverkocht Kodak Theater in Hollywood/Los
Angeles, waar bij de finale ook B.B. King, Herbie Hancock, Terence Blanchard en
Dee Dee Bridgewater speelden. De winnaar krijgt naast $ 20.000,- voor
studieprojecten ook een platencontract bij de Concord Music Group. Irabagon is
geen nieuwkomer in de jazzsector. Hij bracht zelf het album “Outright!” (zie
foto hierboven) uit op het label Innova, dat zeer goed ontvangen werd. Ook zijn
concertagenda is goed gevuld mede door de vrije spelopvatting van deze ambitieuze altsaxofonist, die qua stijl
richting happy free jazz gaat. Hij begeleidde overigens zondag ook zangeres Dee
Dee Bridgewater in een verplicht nummer, hier “Just Friends” en soleerde in
“Smoke Gets In Your Eyes”. Vanavond speelt hij in New York met het Brazilian
Trio en zaterdag met de “terrorist bebopband” Most Other People Do The Killing, die in club Zebulon hun gezamenlijke
cd presenteert. Irabagon (zie foto
hieronder) speelt in meer dan een dozijn groepen en zijn finaleplaats zal hem
behalve die Concord cd nog veel extra werk opleveren.

DE TOEKOMST VOOR JAZZ IS NIET MEER ZO POSITIEF
Jazz is een minderheidsmuziek, die gehoord mag worden en gelukkig in ons land
tot nu toe gehoord kón worden in alle varianten van oude stijl tot avant-garde.
Het is duidelijk, dat de oude stijl jazz, ook wel classic jazz genoemd, bedreigd wordt door het uitsterven van de
fans. Die werden geworven in hun tienerjaren direct na WO II door de klanken van de Dutch Swing College Band en
haar navolgers. Zij passeren nu de zeventig jaar grens en dan vallen er gaten.
Ook de avant-garde wordt bedreigd, niet door leeftijdsproblemen, maar door het
feit, dat echte jazzclubs grotendeels zijn verdwenen en daardoor ook de podia
die experimentele muziek steunden op basis van een lage locale subsidie,
aanvullende landelijke subsidie en een kring standvastige vrijwilligers. Hier
vielen de gaten door locale overheden, die kostbare poptempels bouwden, maar
vergaten navenant te budgetteren voor de programmering, waardoor andere
muziekrichtingen moesten inleveren. De landelijke overheid deed hier een
schepje bovenop door extreem hoge marketingeisen te stellen aan vrijwilligers,
die niet geďnteresseerd zijn in papieren management, maar in daden. De
jazzgroepen tussen avant-garde en classic jazz konden tot op heden enigszins
terecht bij de Jazz Impuls dubbelconcerten voor theaters. Jong talent en deels
jong publiek werden hierbij met elkaar in contact gebracht. Nu de minister voor
Cultuur geen manager blijkt te zijn, die het veld én overziet én stimuleert,
komt er een probleem voor deze grote middengroep plus een belangrijk deel van
de avant-garde: er is minder geld en bovendien een grote stroom nieuwkomers van
de conservatoria waar, evenals bij de kunstacademies, het leerlingenaantal de
bekostiging bepaalt, die ook aan de bak, dus op de bühne willen.
A clash of
generations, niet qua persoonlijke verhoudingen – er wordt enorm veel
samengespeeld – maar qua omvang gezien de daarvoor beschikbare en betalende
speelgelegenheden.
Daar komen andere negatieve signalen bij. Ondanks alle fraaie woorden van de
cultuurminister weten alle insiders, dat sponsor budgetten de komende jaren
omlaag gaan. Als grote geldinstellingen bijna of helemaal omvallen ligt hun
prioriteit niet bij jazzmanifestaties. Dat de VSB bank geruststellende woorden
spreekt geldt alleen voor de lopende verplichtingen. On top of that kan Wouter
Bos wel geldsteun aan bankinstellingen toezeggen, maar de rentekosten komen ten
laste van de lopende rekening, dus gaan of de belastingen omhoog - uw
besteedbare inkomen daalt – en/of gaan de subsidies omlaag. Stijgende
pensioenpremies en dalende werkgelegenheid nog even buiten beschouwing gelaten.
Daar komen verontrustende geluiden uit binnen- en buitenland bij.
Het was al duidelijk, dat de dagbladen er na de komst van internet financieel
zeer slecht voor staan. Deels door eigen schuld, wie zich als slachtvee laat
opvreten door Engelse hedgefunds, is wel erg naďef. Deels buiten hun schuld
door de komst van internet met op elk moment actueel nieuws met beeld, waardoor dagbladnieuws altijd te laat komt. In
Nederland daalt het aantal jazzartikelen bij de Volkskant zeer langzaam en dan
met name de concertverslagen. Bij de NRC lijkt de situatie enigszins stabiel, maar
hoe lang dat blijft valt niet te zeggen, want het abonnee vertrek is daar even schadelijk als bij de Volkskrant. Dagblad Trouw heeft de jazz al lang
gemarginaliseerd vanaf het moment, dat de doodstrijd begon bij het naderen van
de oplage ondergrens van honderdduizend exemplaren. In Amerika valt eveneens te
constateren, dat bij de New York Times het aantal concertverslagen langzaam
daalt. Bij de Los Angeles Times gebeurt op dat vlak helemaal niets meer: wie op
de website het woord jazz intikt vindt vooral horeca-advertenties, maar de
jazzclubsituatie is in die regio ronduit slecht. Het geld voor cultuur verslaggeving door gespecialiseerde freelancers is op en jazz bestaat
dus niet meer. De Chicago Tribune besteedt nog wel frekwent aandacht aan jazz,
omdat deze stad een grote kern van jazzfans bezit, die nog bediend willen
worden. Toch wordt het populaire Blues & Jazz Fest daar ingekrompen van vier
naar drie dagen en ook het Latin Music Festival krijgt een kleiner budget. Het
aantal zuivere jazzclubs loopt met uitzondering van New York en Chicago overal
in de USA terug. Uit de opmerkingen van de Parijse jazzclubmanagers –
Sunset/Sunside en Duc des Lombards – in de NPS tv serie “Jazz in the City”-
blijkt, dat hun bezoekersaantallen in de toch al kleine clubruimtes schraler
zijn dan het stralende neonlicht aan de gevel doet vermoeden. Bovendien wordt
de serie grote jazznamen hier het laatste half jaar steeds dunner. In Engeland hebben
zomerjazzfestivals niet optimaal gedraaid hetgeen officieel vooral aan het
slechte weer geweten wordt. Niettemin staat het faillissement van het Brecon
jazz festival er aan te komen. Ook de Londense jazzclubs muv Ronnie Scott's zouden graag meer inkomsten hebben om te kunnen overleven.
Het aantal gespecialiseerde jazzplatenzaken in ons land is dit jaar gekrompen tot de drie
vingers van de linkerhand van een onvoorzichtige vuurwerkaansteker. De
Concertzender en Radio 6 plus de bijbehorende Hilversumse omroepbobo’s liggen
al maanden met elkaar in de clinch over de programmering. Dit radiokanaal besteedt nog
aandacht aan jazz in meerdere vormen, van Max’s Jazz op Zes in de ochtend tot
VPRO’s zoektochten in de late avond. Maar hoe lang nog?
Positief lijkt een evenement als De Dag van de Jazz waar bijna duizend
bezoekers op afkomen. Maar dat zijn vooral musici en managers, die afzet
zoeken. Positief lijkt ook het North Sea Jazz Festival, dat op basis van
populaire popacts 60 tot 70.000 bezoekers trekt. Als hier de Amerikaanse
eigenaar van Mojo geen brood meer inziet door dalende bezoekersaantallen of
zelf opgekocht wordt of simpelweg ophoudt te bestaan door haperende financiering is
het snel gedaan met dit hybride muziekevenement.
Jazz is niet dood en ruikt ook niet raar. Maar jazz lijkt wel op een prachtige ijsberg, die
langzaam smeltend voorbij glijdt naar een vreemde horizon.

NIEUW BOEK: JAZZ
COVERS, NIET DUUR EN OOK WEINIG VERRASSEND
Geen grafisch hoogstandje, niet zo goedkoop als veel andere Taschen
plaatjesboeken, weinig onbekende jazzalbum covers tonend, maar wel bijna 500
pagina’s omvattend met ruim 650 jazz covers en mogelijk nog net binnen het
Sinterklaas budget passend, is het nieuwe boek “”Jazz Covers” van de in grote
oplagen gespecialiseerde Duitse, internationaal opererende uitgeverij Taschen,
dat voor 30 euro in de markt gezet wordt.
Na het kleine boekwerk “1000 Record Covers”, dat 576 pagina’s omvat, slechts 14
x 19,5 cm meet en voor tien euro te koop is, komt “Jazz Covers” met een formaat
van bijna 24 x 24 cm wel beduidend groter naar voren, maar blijft het wel het
kleinste coveralbum boek in de jazzsector. De twee eerstvolgende coverboeken
qua klein formaat meten altijd nog 23 x 30 cm. Normaliter is de maat hier 30 x
30 cm en die maat is ideaal om de hoes van een jazzalbum volledig op ware
grootte af te beelden.
En daar gaat het om. Bij Taschen bepalen de oplage en het daarbij passende
drukformaat van de goedkoopst beschikbare drukpers echter het eindformaat.
Ook afwijkend van de bestaande albumcover jazzboeken is de opzet. Geen keuze
voor één platenlabel of enkele historische labels, zoals Graham Marsh’s “The Cover Art of BLUE NOTE Records”,
William Claxton’s “Jazz West Coast –
Artwork of Pacific Jazz Records” of Manek Daver’s “Jazz Album Covers – The Rare
and The Beautiful” en Naoki Mukoda’s “Artwork of Excellent Jazz Labels”, geen
focus op één ontwerper, zoals Manek Daver’s “David Stone Martin”, geen selectie
van één jazzstijl of regio, zoals Graham Marsh’s “New York Hot” of zijn
“California Cool – West Coast Cover Art”, maar wel een geheel alfabetische
opzet per musicus.
Per muzikant worden 1 of meer pagina’s met 1 of meer hoezen getoond. De
samenstellers zijn Julius Wiedemann, die een design en marketing achtergrond
heeft, en de verzamelaar Joaquim Paulo uit Portugal, die een platencollectie
bezit van 25.000 albums. De keuze is kennelijk gebaseerd op Paulo’s collectie
en Wiedemann’s smaak en daar valt iets op af te dingen. Ronduit smakeloos is de
keuze voor Ella Fitgerald’s Verve album “Elsa swings lightly”, a disgrace.
Acceptabel daarentegen is de cover van Paul Horn’s Columbia album “Cleopatra”,
waarin Elizabeth Taylor getoond wordt in haar outfit uit de 1963 succesfilm
“Cleopatra”. Verrassend is Mat Matthews album op het Dawn label “The Modern Art
of Mat Matthews” met een mooie mobile
van Calder. Ook George Russell’s Decca
album “Jazz in the Space Age” , een fel begeerd collector’s item, valt hier
goed te bewonderen.
De totale selectie is echter niet evenwichtig, doet geen recht aan de Blue Note
hoogtepunten van zwart-wit meester Francis Wolff of die van de recent overleden
kleuren genius William Claxton voor het Pacific label. De indruk wordt
gevestigd, dat Paulo’s collectie weinig
echte klassiekers bevat en dat valt niet alleen te concluderen uit het
ontbreken van een representatief beeld van het tekenwerk voor album covers van
David Stone Martin. Ook de wijze waarop Basie en Ellington qua albums zijn
afgeraffeld verdient kritiek.
U kunt het boek geheel doorbladeren op de website van Taschen in verkleind
formaat via: Taschen startpagina/Jazz Covers/Facts - Leaf Through rechts
boven.
Jazz Covers; Julius Wiedemann; Taschen; soft cover; 496 pag.; Euro 29,99 ; ISBN
978 - 3 – 8228 – 2366 – 8.

CLUB QUOTE NIEUW JAZZPODIUM IN ROTTERDAM
In november start aan de Binnenrotte 140 in Rotterdam Club Quote met een nieuw
jazzpodium op de zondagmiddagen. Vanaf 16.00 uur wordt er opgetreden door
instrumentale en vocale jazzgroepen. Deze club annex restaurant start op 9
november met zangeres Simone Roerade en het kwartet van saxofonist Barend
Petersen. De zondag daarop worden zij
gevolgd door pianist Rembrandt Frerich’s Grand Vocal Show. Tegelijk treden dan
op zanger Kenneth Ard en de zangeressen Margriet Sjoerdsma, Sylvi Lane, Maaike
den Dunnen en Merel Koman, begeleid door Noah Nicoll op bas en Vinsent Planjer
op drums.
De band van zangeres Deborah Carter komt met drummer Joost Kesselaar, pianist
Coen Molenaar en bassist Mark Zandveld op zondag 23 november.
De openingsmaand wordt afgesloten door het Dick de Graaf kwartet met naast de
leider op tenor- en sopraansax, gitarist Jerome Hol, bassist Harry Emmery en
drummer Eric Kooger. De programmering vaart onder de vlag Jazz & Soul.

CD: ERIC DOLPHY EN JOHN LEWIS PLAY KURT WEILL
Willem Breuker is niet de enige jazzmuzikant, die de muziek van Kurt Weill
omarmde.
John Lewis verzamelde in 1964 enkele gelijkgestemde collega’s in New York onder
de titel Sextet of Orchestra USA en nam voor RCA “Mack The Knife” op. De studio sessie vond plaats op 10
januari met Eric Dolphy op altsax, fluit en basklarinet, Nick Travis op
trompet, Mike Zwerin op bastrompet en tevens arrangeur, Richard Davis op bas en
Connie Kay op drums. Er werden drie stukken vastgelegd: “Alabama Song”, “Havana
Song” en “As you make your bed”. Op 1 juni werden vier Weill composities
opgenomen, nu zonder Lewis, Dolphy en Travis: “Mack the Knife”, “Bilbao Song”, “Barbara Song” en “Pirate Jenny”. De vervangers waren hier trompettist
Thad Jones, altsaxofonist, klarinettist en fluitist Jerome Richardson en
gitarist Jimmy Raney. Aangevuld met drie andere tracks plus drie alternate
takes van de juni sessie zonder Dolphy en Lewis wordt dit nu gepresenteerd door
Lone Hill Jazz als “Eric Dolphy & John Lewis Play Kurt Weill”. Eric Dolphy speelt alleen basclarinet op “Alabama
Song” en altsax op “As you make your bed” en soleert überhaupt niet op “Havana
Song”. Om dan deze nieuwe verzamel- cd met dertien tracks op te hangen aan
Dolphy’s naam plus die van John Lewis is misleidend.




