
De muziekgroep I Compani van Bo van de Graaf (zie foto)
start eind dit jaar met de try-outs van de voorstelling “Last Tango in Paris”
(“Ultimo tango a Parigi”) met muziek en beelden uit deze filmklassieker. “Last
Tango in Paris” was de titel van de geruchtmakende film met Marlon Brando en
Maria Scheider, die in 1973 ons land bereikte, waarin een ruwe seksuele relatie
tussen een Frans meisje en een Amerikaanse expat in Parijs verbeeld werd met
voor het eerst in een mainstream film de suggestie van een anale seksscene. Het
plot was gebaseerd op een erotische fantasie van regisseur Bernardo Bertolucci.
In puriteinse landen als Amerika en Australië werd de film sterk ingekort door
meerdere coupures. Jazzliefhebbers maakten kennis met de Latijns - Amerikaanse
muziek van de Argentijnse saxofonist en componist Gato Barbieri, die na WO II
naar Brazilië was verhuisd en vandaar uit in 1962 naar Rome. Kort daarna werkte
hij met Don Cherry’s free jazz groep in Parijs en vervolgens met Gary Burton, Carla Bley, Charlie Haden en The Jazz
Composers Orchestra. Hij schreef en speelde de muziek met een groep die onder
leiding stond van Oliver Nelson, die hier ook als arrangeur optrad.
De opnames vonden in november 1972 in Rome plaats voor United Artists. Voor de
bewerking door I Compani voegt Bo van de Graaf eigen stukken – met name
tango’s – toe en schrijft Loek Dikker de arrangementen. Dikker werkte jarenlang
in Amerika als filmcomponist. De voorstelling start op 27, 28 en 29 december in de theaterzaal van Lux
Nijmegen. Daarna volgen o.a. het BIMhuis in januari en Kunsthuis 13 in Velp in
februari.
I Compani verwacht in 2009 de voorstelling “Last Tango
In Paris” ook op film-, theater- en muziekfestivals te spelen.
Bo van de Graaf gaf zondag 31 maart op de Amsterdamse Uitmarkt een SMS-concert
met een groep waarin drummer Martin van Duynhoven en zangeres Quirine Melssen
optraden. Bezoekers konden via hun SMS-bericht een opdracht geven. In een half
uur tijd ontving de vj van de band 150 SMS-verzoeken. Naast stijlkeuzes (blues
- bebop – tango e.d.) kon men ook een eigen opdracht zenden, waarvan er twee
opvielen volgens Bo van de Graaf: de opdracht “Obama versus McCain” en een
fraaie Franse volzin, die een verliefd meisje stuurde om haar aanwezige vriend
te charmeren. First SMS-jazzconcert in Amsterdam.

SONNY ROLLINS START NIEUWE TOURNEE
De komende dagen wordt Sonny Rollins 78 jaar. Op 7 september volgens zijn
websitebeheerder, op 9 september volgens The New Grove Dictionary of Jazz
Second Edition. Rollins lijkt enkele jaren na de dood van zijn vrouw actiever
dan ooit. Na tournees door bijna alle werelddelen staat weer een najaarstoer
gepland, waarbij eind oktober Brazilië wordt bezocht en in november - december
Duitsland en Zwitserland. Bovendien staan er enkele nieuwe producties op
stapel. Eind oktober verschijnt de cd “Road Shows Vol. 1” met opnames van live
optredens van 1980 tot het recente 50th Anniversary Carnegie Hall Concert. Al
eerder verscheen in Europa de DVD “Sonny Rollins in Vienne” met opnames uit
2006 van dat Franse festival en deze DVD is nu ook in Amerika verkrijgbaar.
Muziekstudenten kunnen gratis een transcriptie downloaden van Rollins solo in
“The Everywhere Calypso”. Liefhebbers van jazzkalenders kunnen kiezen uit een
kleine en een grote 2009 kalender met twaalf kleurenfoto’s van Sonny (klein
liggend formaat 11” x 8,5 “ Euro 19,- ;
groot staand formaat 19 “x 13,5 “ Euro 26,-; alleen formaat en cover
verschillen). De foto’s zijn gemaakt op 5 mei 2006 door Juan – Carlos Hernández
tijdens een concert in de Victoria Hall in Geneve (Zwitserland).
CHICK COREA EN JOHN McLAUGHLIN TOGETHER AGAIN
Geen verwijzing naar de film uit 1970 “Five Easy Peaces” met Jack Nicholson als
pianist-met-een-nieuw-leven, maar wel een vreedzame reünie symboliserend, gaan
pianist Chick Corea en gitarist John McLaughlin het komend seizoen op een
uitgebreide tournee onder de titel “Five Peace Band” (zie foto poster links
onder). Het duo speelde eind zestiger jaren op het Miles Davis album “In a
Silent Way” en direct daarna bij Wayne Shorter op diens album “Super Nova”,
maar vervolgens beperkte de samenwerking op de plaat zich vooral tot Stanley
Clarke in 1975 en de gezamenlijk in 1978 opgenomen song “Do You Hear The Voices
That You Left Behind”.
Het tweetal wordt aangevuld met altsaxofonist Kenny Garrett, die zijn cd-debuut
in 1984 bij het label Criss Cross maakte, bassist Christian McBride, die recent
zijn cd “Live at Tonic” lanceerde en drummer Vinnie Colaiuta, die zowel een
album met de Back Street Boys als met Herbie Hancock maakte, nl. “River: The
Joni Letters”. De Europese tour start eind oktober in Ierland gevolgd door Oost
Europa, waarna zoals eerder gemeld Den Haag op 3 november wordt aangedaan, en
eindigt 23 november in de Royal Festive Hall bij het Londen jazz Festival. De tweed fase van de “Five Peace Band”tournee
speelt zich in maart en april 2009 in Amerika af.
KORT NIEUWS
NIEUWE BLUE NOTE RUDY VAN GELDER REMASTER SERIE
Vanaf vandaag liggen er weer10 nieuwe Blue Note cd’s in de platenwinkels in de
Rudy Van Gelder Remaster serie, nl. Sonny Clark “Leapin’& Lopin’ “ met Ike
Quebec (original release 1961), Lou Donaldson “Lou Takes Off” met Donald Byrd
(1958), Curtis Fuller “The Opener” met Bobby Timmons (1957), Hank Mobley
“Quintet” met Art Blakey (1957), Hank Mobley “Peckin’Time” met Lee Morgan (1958),
Grachan Moncur “Evolution” met Jackie McLean (1963), J. R. Monterose “J.R.
Monterose with Ira Sullivan” en met Horace Silver (1956), Sam Rivers
“Dimensions and Extensions” met Julian Priester (1966), Jimmy Smith “Plays Fats
Waller” met Donald Bailey (1962) en Stanley Turrentine “Dearly Beloved” met
Shirley Scott (1961).
PROTESTACTIE TEGEN FONDS VOOR DE PODIUMKUNSTEN
Onder de paraplu van de Vereniging voor Kunst, Cultuur en Erfgoed “Kunsten ‘92”
hebben zich vele muziekgroepen en instituten - ook uit de jazz en
improvisatiesector - verzameld voor een protestactie tegen het beleid
van cultuurminister Plasterk. In een discussiebijeenkomst in Paradiso op 31
augustus meldde de minister “Ik ga het werk van het Fonds voor de Podiumkunsten
niet overdoen”. Deze subsidie beoordelende instantie heeft echter dermate
vreemde fouten gemaakt, dat veel muziekgroepen, die eerder wel subsidie kregen
en voor de periode 2009 – 2012 niet, zich na storting van een som geld hebben
verenigd om een juridische actie tegen dit Fonds te voeren. Hun kansen zijn
niet gering afgezien van de eventuele ingrepen van de Kamer, die alsnog kan
besluiten meer subsidiegeld te voteren.
Een onderzoek van bureau Berenschot heeft aangetoond dat de kunst- en
muzieksubsidies al jaren achterblijven zowel in geldvolume – nog los van
inflatie - als in percentage van het BNP (Bruto Nationaal Product). Voor de
jazzsector gelden twee extra bezwaren. De Commissie Muziek heeft niet kunnen
onderbouwen, dat uitvoeringen van de subsidie aanvragers zijn bezocht. En deze
Commissie telt slechts 1 jazzexpert hetgeen neerkomt op een intendant situatie,
hetgeen de Kamer zeker niet gewild heeft.
CEDAR WALTON IN HET NATIONAL JAZZ MUSEUM IN HARLEM
Pianist Cedar Walton (1934) heeft een belangrijke carriere achter de rug bij
Sonny Rollins, Gigy Gryce, Kenny Dorham en vele andere jazzmasters waaronder
J.J. Johnson, Benny Golson en Art Blakey’s Jazz Messengers. Bovendien formeerde hij in 1981 een ijzersterk trio
met bassist Ron Carter en drummer Billy Higgins. De oprichter van de succesvolle groep Eastern Rebellion rust momenteel alles
behalve op zijn lauweren en zal op 11 september een overzicht van zijn werk en
loopbaan geven in het National Jazz Museum in Harlem in het nieuwe Visitors
Center (104 E. 126th Street). De entree is gratis, aanvang 18.30 uur.
JAZZ RESEARCH ROUND TABLE
Het Institute of Jazz Studies van Rutgers University organiseert het komende
seizoen een Jazz Research Round Table met interessante onderwerpen. Ratzo
Harris behandelt op 24 september “Current Research on Native American Music in
Jazz”. April Grier spreekt op 12
november over “Woman in the Jazz Industry”. Paul Machlin discussieert op 21
januari over “Swing, Scarlatti, and Standards: Teddy Wilson’s China Boy”. Terry
Josephson (vermoedelijk een nazaat van de cluboprichter Barney Josephson),
geeft een historisch overzicht over het spraak- en smaakmakende etablissement,
dat in 1938 in Downtown New York opende en later een Uptown filiaal kreeg “Cafe
Society: The Wrong Place for the Right People”. Deze titel verwijst naar een
artikel in het Down Beat jaarboek “Down Beat Music ‘67”van George Hoefer: "Cafe
Society Downton and Uptown: The Wrong Place for the Wright People”.
NIEUWE JAZZ BOEKEN
Het leven van de vrij jong gestorven trompettist en bandleider Don Ellis (1934 – 1978) wordt door de Franse auteur
Michel Prodeau beschreven in “La Musique de Don Ellis” (Éditions Boutik Pro,
199 p. Euro 16,-; noot: zoek de uitgevers website en niet hun tweede hands
internet shop). In Jazz Magazine plaatst Frank Bergerot kritische
kanttekeningen bij de muziektechnische passages in dit boek. Alain Gerber
schreef “L’Étrange destin de George General Grice JR, dit Gigi Gryce” (Rouge
Profond, 155 pag. Euro 16,- ISBN 978-2-915083-29-3). Gerber hanteert een romantiserende vorm in zijn
quasi biografieën, maar zijn boek over Clifford Brown met de ondertitel “Le
roman d’un enfant sage” (Fayard 2001) is interessant, zeker als men geen
bezwaar heeft tegen de opgevoerde “monologue interieur”. Fransen kennen de
wereld, dus zeker de ziel van Afro
Amerikaanse jazzmusici als Brown en Gryce. De laatste studeerde in 1952 in
Parijs bij Nadia Boulanger en toerde in 1953 met de band van Lionel Hampton
door Europa. Zijnwerk is ook bij de nieuwe generatie in trek: Allison Neale en Gary Kavanagh brachten deze maand hun cd "Blue Concept " (33 Jazz) uit met vier composities van Gryce.
Tot slot: “Martial Solal”: Ma vie sur un tabouret” (mijn leven op een krukje)
wordt gepresenteerd als een ‘autobiografie’ van deze excellente pianist in
samenwerking met Frank Médioni (Actes Sud, 176 pag. Euro 18,80 ISBN 978-2-7427-7618-4). Dit boek
verschijnt een jaar na de 80 ste
verjaardag van Solal en is gebaseerd op een negen uur durend interview met de pianist door Xavier Prévost, dat in
verkorte vorm eind 2005 verscheen als “Martial Solal, compositeur de
l’instant”(Editions Michel de Maule). Een gerecycled interview is helaas geen
autobiografie.
RADIO SERIE: JAZZ FROM THE ARCHIVES
Loren Schoenberg, directeur van het National Jazz Museum in Harlem, presenteert
en produceert ism het Institute of Jazz Studies een serie radioprogramma’s voor
WBGO-FM 88.3 onder de titel “Jazz From The Archives”. Op zondagochtenden van 11
–12 uur komen o.a. de volgende onderwerpen aan bod: drummer Nick Fatool (7.9),
gitarist Tiny Grimes in Frankrijk (14.9), Ellingtonia met Dan Morgenstern
(21.9), zangeres Norma Winstone met
gast Bill Kirchner (28.9), de platen die het Hard Bop Duo Lee Morgan en Hank
Mobley samen maakten, eveneens met Bill Kirchner (19.10) en het vergeten
concert uit April 1947 van Sidney Bechet, Jack Teagarden, Muggsy Spanier en
Baby Dodds in New York’s Town Hall (niet te verwarren met het concert in Town
Hall op nieuwjaarsdag 1947 van Bechet en Spanier met pianist Sammy Price).
IN MEMORIAM:
ARNE DOMNERUS, ZWEEDS ICOON VAN DE NAOORLOGSE MODERNE JAZZ
In het niet door de Tweede Wereldoorlog geraakte Zweden maakte de op 2
september na een lang ziekbed (hartoperatie, longontsteking en hersenbloeding)
op 83-jarige leeftijd overleden Arne Domnerus in de zomer van 1943 zijn eerste plaatopname. Bij de groep van trombonist Miff Gorling
speelde hij voor Polydor “Watch the Birdy” en “Mr. Five by Five”. Deze laatste
song ging over de kleine en vierkante blues shouter Jimmy Rushing en was een
hit geworden door opname in twee films in 1942 plus twee platen, die van
trompettist Harry James en zangeres Ella Mae Morse, eveneens in 1942. Domnerus (1924 – 2008) bleef zijn leven lang
een redelijk slanke altsaxofonist en klarinettist, die evenals zijn Zweedse
jazzcollega’s, profiteerde van het feit dat jazzplaten vanuit de USA vrij
konden worden ingevoerd tijdens WO II. Dit leverde een directe voorsprong op,
want de muzikale ontwikkelingen stonden in Amerika ondanks de oorlog en ondanks
de recording ban niet stil. Zweden was in die periode welvarend en modern in
vergelijking met de andere West-Europese landen en beschikte door haar
staalproductie over voldoende vreemde valuta. Buitenlandse jazzmusici, vooral uit de USA, kwamen dan ook kort na het einde van WO II
naar Zweden, waaronder Chubby Jackson, James Moody en vervolgens Charlie Parker
en veel later Quincy Jones. Met Moody maakte Arne in 1949 opnames in Stockholm
voor het Zweedse Metronome label. In datzelfde jaar speelde hij op het Festival
International de Jazz in Parijs als leider van een Zweedse All Star groep.
Arne’s eigen combo trad in november 1950 aan met Charlie Parker voor een
concert in een danszaal in Stockholm, dat door de radio werd uitgezonden. Maar
de leider stond eerst zijn plaats af aan Bird en speelde vervolgens met zijn
eigen groep zonder Bird (foto van de dit jaar verschenen cd hieronder).
Later
volgden platen met Clifford Brown, Leonard Feather en Art Farmer. Domnerus
incorporeerde in zijn spel stijlelementen van de vooroorlogse altisten Benny
Carter en Johnny Hodges en de naoorlogse Parker. Toch was hij absoluut geen
epigoon en eerder lyricus dan notenjager. Begonnen als solist bij Zweedse dansorkesten in de periode 1943 –
1951, formeerde hij in dat laatste jaar een eigen groep. Dit combo maakte naam door geavanceerd spel en trad tot
1964 op in het etablissement Nalen in
Stockholm, waarbij zangeres Monica Zetterland regelmatig te gast was. Daarnaast was hij van 1965 tot 1965 lid en
solist van de Zweedse radio big band olv
Harry Arnold en vervolgens werd hij de leider van de opvolger,
Radiojazzgruppen, tot 1978. Door deze functie werd hij ook gevraagd voor het
schrijven van muziek voor televisie, films, balletten en theaterproducties,
waarbij hij regelmatig Zweedse volksliedjes als basis gebruikte. Zijn
veelzijdigheid blijkt ook uit het feit, dat hij alle jazzstijlen beheerste en
speelde, van dixieland tot swing en van bop tot cool. Ook in klassieke muziek,
zoals blijkt uit een cd met bewerking van Grieg-composities, vond Domnerus
plezier. In ons land trad hij in 1985 op voor een NOS tv-productie getiteld
“BACH 1985”, hierbij improviseerde hij onder leiding van klavecinist Ton
Koopman op barokthema’s van Bach. Meer bekend is hij door het veelvuldig
heruitgebrachte – recent als 3 cd album - “Jazz At The Pawnshop”, een opname uit 1976, die profiteerde van een
zeer verfijnde opnametechniek. Platen maakte hij tot midden negentiger jaren en
optreden in het buitenland deed hij nog in 2000 in Carnegie Hall in New York
met een door Absolut gesponsorde roadshow waarin acht Zweedse jazzgroepen
optraden onder de slogan: “Swedish Jazz Salutes USA – The hottest jazz from the
coolest country”. De jazzboodschap werd een halve eeuw later teruggebracht naar
het land van herkomst.





