FRESH SOUND RECORDS:
NA 25 JAAR REISSUES NU OOK TOONAANGEVEND IN NIEUW TALENT

Acht jaar na de dood van Franco in Spanje en één jaar na de
oprichting van het reissue-label Mosaic in Amerika startte textiel- ontwerper
Jordi Pujol in Barcelona op dertig jarige leeftijd in de hitte van de zomer van
1983 out of the blue Fresh Sound Records. Partners van dit op reissues gerichte
label waren platenhandelaar Pedro Soley en Luis Moreno, evenals Lee Morgan-fan
Pujol, liefhebbers en verzamelaars van jazz uit de vijftiger en zestiger jaren.
Hun speciale interesse ging uit naar de moeilijk verkrijgbare albums van de
befaamde West Coast jazzmusici vanwege het frisse geluid, de goede solisten, de
sterke big bands en de perfecte arrangeurs zoals Shorty Rogers, Bill Holman en
Marty Paich. In hun behoefte werd niet goed voorzien door de Japanse reissue-labels,
die vooral op Blue Note en andere oostkust jazzplatenmaatschappijen gericht
waren. En Mosaic richtte zich uitsluitend op boxen met meerdere LP’s van een
musicus uit één (label)periode, zoals “The Complete Roulette Live Count Basie”. Door een reis naar Los Angeles in de
zomer van 1984 wist Pujol, die op dat moment nog steeds in de textielsector
werkte, licenties te verwerven van westkust maatschappijen als Capitol en
Pacific Jazz. Dit wist hij stap voor stap uit te breiden tot talloze door
jazzliefhebbers begeerde labels.
In 1986 voerde Fresh Sound Records al een catalogus met meer dan 175 LP’s.
Hierin zaten de labels Bethlehem, HiFi-Jazz, Roulette, RCA, Somerset, Columbia,
Peacock, Vik, Kapp, Andex, Jubilee, Jazz-West en Roost. Plus het Franse Barclay,
waarvan oprichter en eigenaar Eddie Barclay meer geïnteresseerd was in het
pushen van popmusici dan in de heruitgave van jazzalbums met een kleine oplage
en lage omzetsnelheid, zoals het Barclay-album van Bobby Jaspar met Kenny
Clarke (zie foto). De Fresh Sound albums waren perfecte heruitgaven van de
originelen, inclusief ongewijzigde hoes en linernotes en bezaten een uitstekend
geluid. Terwijl de Japanse reissue-albums op zijn minst in de prijsklasse van f
40,- tot
f 45,- opereerden, kostten de Fresh Sound LP’s tussen de
f 32,95 en f
34,95. Wat jazzfans aansprak was bovendien, dat ook platen herperst werden, die
in de vijftiger jaren hier niet geïmporteerd werden, zoals de LP “Hot Rod
Rumble” met filmmuziek van componist Alexander Courage, die een studio-orkest
leidde met Bob Cooper, Herb Geller, Frank Rosolino, Barney Kessel en Shelly
Manne. Geen wonder, dat de Fresh Sound platen zelf – mede door de gelimiteerde
oplage – ook weer collectors items werden. Sommige jazzmusici werden als het
ware opnieuw gelanceerd, zoals trompettist Shorty Rogers en saxofonist Dave
Pell. Van elk werden direct drie albums herperst. Met Pell en zijn octet, een
van de richtinggevende groepen bij de start van de West Coast jazz begin
vijftiger jaren, werd al in 1984 een nieuw album opgenomen: “The Dave Pell
Octet Plays Again” (Fresh Sound 101), nu ook als cd verkrijgbaar. Pell was
tevens een uitstekende contactpersoon, want hij had gewerkt voor Tops Records,
Liberty Records en Uni Records en kende als producer talloze musici aan oost-
en westkust.
Het vinyl tijdperk ging ongemerkt over in het cd tijdvak. Een interessant
vinylproject, dat al vanaf 1986 op de plank lag, de heruitgave van het door
bassist Harry Babasin en drummer Roy Harte opgezette label Nocturne, mislukte
in eerste instantie door de dood van Babasin in 1986. Rond de eeuwwisseling
kwam toch de eerste Nocturne “Jazz in Hollywood” serie van drie cd’s uit,
wederom een reissue mijlpaal. Ondertussen werden albums opgenomen met nieuw
materiaal en niet alleen van West Coasters: Tete Montoliu, David Murray,
Charlie Mariano, J. R. Monterose, Bill Perkins, Eddie Bert en Mundell Lowe.
Langzaam verlegde Pujol zijn aandachtsveld ook naar New York, dat hij
regelmatig bezocht. Ook startte hij in 1992 met opnames van jonge Spaanse
jazzmusici en de export van deze cd’s was bevredigend. Met hulp van de
talentscouts fluitist David Weiss en drummer Jorge Rossy werd in 1996 een
nieuwe serie opgezet: Fresh Sound New Talent. Hierbij had Pujol het geluk
pianist Brad Mehldau live in Barcelona op te nemen. Talloze New Yorkse jonge,
smaakmakende musici volgden en vestigden de naam van Fresh Sound als actief en
vooruitstrevend Europees label, dat de gaten vulde, die Amerikaanse
kapitalistisch gerunde platenmaatschappijen over een breed front lieten liggen.
Zo fungeren op de cd’s van tenorist Chris Geek een hele serie nieuwkomers als
pianist Ethan Iverson, gitarist Kurt Rosenwinkel, de tenoristen Mark Turner en
Seamus Blake, bassist Larry Greadier en de hiervoor genoemde drummer Jorge
Rossy evenals pianist Brad Mehldau. En waar is het jonge trompettalent Ambrose
Akinmusire voor het eerst als leider te horen? Op zijn nieuwe cd “Prelude to
Cora” met saxofonist Walter Smith III (Fresh Sound New Talent 312). Bovendien
trekt deze vinger aan de pols aanpak steeds meer nieuw talent naar Spanje:
Ambrose en Walter geven op dit moment een weeklange workshop in Galicië in
Noord-West Spanje.
Het goede distributienetwerk helpt dit Spaanse label, dat bovendien haar markt
in Noord- en Zuid Amerika verbreedde door sublabels met wereld, tango- en
Cubaanse muziek gericht op de groeiende Hispaanse, Carribean en Latino-markt.
En Fresh Sound functioneert op haar beurt als distributiekanaal voor labels als
Gambit, Lone Hill Jazz, Jazz Beat, Jazz Factory en vele andere. Die staan voor
een groot deel ook in de catalogi van postorderbedrijf JAZZ- messengers, dat
evenals Fresh Sound in Barcelona is gevestigd. De slagzin “Keeping Jazz History
Alive! “ kan na 25 jaar worden uitgebreid met: “Keeping Jazz Future Afloat!”.
Speciaal voor Amerika.
IN MEMORIAM:
ZANGERES JO STAFFORD,
“ONE OF THE GREAT V- DISC
LADIES”
Zangeres Jo Stafford, die 16 juli op negentig jarige leeftijd in haar huis in
Century City overleed door hartfalen, stond bekend als popzangeres uit een ver
verleden, omdat zij al in de zestiger jaren stopte met optreden. Maar Stafford
(1917 – 2008) zong live en op platen ook bij bigbands, zoals die van Frankie
Trumbauer, eind dertiger jaren, en Tommy Dorsey, waarmee zij van 1939 tot 1942
optrad. Dichter nog bij de jazz kwam ze door opnames met accordeonist Art Van
Damme in 1957 en Benny Goodman in 1958. Haar “Jo Plus Jazz”- album uit 1960
leverde een palet aan Ellingtonians – Ben Webster, Ray Nance, Johnny Hodges,
Harry Carney – plus de drummers Shelly Manne en Mel Lewis. Saxofonist Lester
Young was gecharmeerd van Jo’s heldere, vibratoloze stem. Als hij een big band
zou oprichten moesten Jo en Frank Sinatra de vocalisten worden. Ook disc-jockey
Pete Felleman stak zijn bewondering niet onder stoelen of banken. Deze
jazzliefhebber wijdde in maart 1950 een lang artikel in “Swing & Sweet” aan
deze internationaal bekende vocaliste. Hij memoreerde daarin het feit, dat
arrangeur Dave Lambert, later bekend van Lambert, Hendricks and Ross, een
bop-arrangement voor Jo Stafford maakte, waarvan programmaleider en later
Columbia platenbaas James Conkling dacht, dat het te moeilijk voor Stafford zou
zijn. Conklin was vergeten, dat Jo een uitgebreide klassieke zangopleiding had
gevolgd tijdens haar highschoolperiode. Haar plan was aanvankelijk om operazangeres
te worden. Na highschool moest er echter geld verdiend worden. Dus vormde ze in
1935 met twee zusjes de Stafford Sisters, in navolging van de Boswell Sisters,
een county-western trio dat zong voor radiostations in Hollywood.
Het trio
diende ook als achtergrondkoor bij films opgenomen in de Hollywood studios. Na
het huwelijk van één van de zingende zusters kwam Jo bij de vocal group The
Pied Piepers, een octet met Jo en zeven zangers. Met Pied Piper zanger John
Huddleston trouwde Jo, maar dit huwelijk eindigde in echtscheiding. Het octet
werd gereduceerd tot kwartet bij het in dienst treden bij de band van Tommy
Dorsey met Jo als solistevan de groep. Op advies van haar Dorseyband collega
Frank Sinatra ging zij vervolgens solo zingen. En dat leverde onder meer een
serie fraaie V-Discs op; 78-toeren platen gemaakt voor de strijdende jongens
overzee met vaak ras jazzmusici. Elke opname begint met een korte groet, “Hello
boys, I’m Jo Stafford…” en het memoreren van de solist. Decennia later werd een
serie van die V-Discs door het Japanse label Dan op LP gezet. In “The Great
Ladies on V-Disc Vol. 2” zijn aan één zijde de zangeressen Anita O’Day en
Mildred Bailey te horen met op de ander kant zes stukken van Jo Stafford and
her V-Disc Play Boys. Dit was nog ruim tien jaar voor het Hugh Hefner Playboy
tijdperk. Met de solisten Billy Butterfield op trompet en Lou McGarity op
trombone, ondersteund door o.a. drummer George Wettling, werden moodstukken
gespeeld, zoals “Blue Moon” en “Am I Blue”, en iets pittiger werk: “Baby Won’t
You Please Come Home”. Het hield het moreel van de militairen hoog.
Zij werd
veelgevraagd voor radioshows en had in 1949 twee eigen radioprogramma’s: “ The
Chesterfield Supper Club” en de “Jo Stafford Show”. Ook in de vijftiger en
zestiger jaren deed zij veel radio en tv-shows naast talloze plaatopnames. Ze
werkte zelfs enige tijd voor Radio Luxemburg en ze had haar eigen show op
CBS-TV. Het gezinsleven bracht een einde aan de optredens en de ”fun” was ook
weg. Ook de plaatopnames verdwenen vervolgens met uitzondering van enkele voor
Frank Sinatra’s Reprise label. Ze was kapitaalkrachtig genoeg door de radio- en
tv optredens en de verkoop van vele tientallen miljoenen platen. En glamour
deed haar niet zo veel. Gevoel voor humor had ze wel getuige een bewust perfect
slecht gezongen campalbum onder het pseudoniem Cinderella Stump en de
vertolking van het lied “Tim Tayshum”, dat daarvoor nog “Temptation” heette. Zij startte in 1944 bij
het twee jaar eerder gelanceerde label Capitol, dankzij medeoprichter Johnny
Mercer, ging in 1950 over naar Columbia en keerde in 1961 terug bij het in L.A.
gevestigde Capitol. Wel vond zij enige decennia later, dat haar vroegere
platenmaatschappijen haar werk negeerden. Zij startte een proces hierover, want
zij had in 1950 in haar contract met Columbia vastgelegd, dat zij het recht op
de plaatopnames behield.
Uiteindelijk bracht Jo haar vroegere platen uit op het
eigen label Corinthian. Deze Bijbelse naam was het gevolg van de godsdienstzin
van haar man, ex-Dorsey arrangeur Paul Weston, een overtuigd katholiek, waarmee
zij in 1952 trouwde. Jo werd vervolgens ook katholiek. Bassist Charlie Haden
maakte met zijn Quartet West in 1991 nog gebruik van een successong van
Stafford uit 1947: “Haunted Heart”. Het werd niet alleen de titel van een
overdubtrack, maar ook de titel van deze nostalgische cd. Jo Stafford zong pop,
country, folk, blues en spirituals en jazz. Zij beheerste al deze genres met
ogenschijnlijk gemak dankzij een perfect gevoel voor vocal pitch. Zij was echter
niet de typische jazz-zangeres. Wel was zij een icoon voor de Amerikaanse
militairen in WO II en zo ontstond haar bijnaam GI Jo. Zij was volkomen
zichzelf, straalde rust en zekerheid uit in een rumoerige tijd en werd zo
halverwege de twintigste eeuw een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse
cultuur, Americana in optima forma.
KORT NIEUWS
STRING TRIO OF NEW YORK IN WOODSTOCK
Het in de Hudson Valley huizende String trio of New York presenteert op 2
augustus in Woodstock (NY) een nieuw werk van James Emery, de gitarist en medeoprichter van het nu S3NY
geheten ensemble. In opdracht van Chamber Music America’ s New Works
componeerde Emery “The River of Orion”. Dit uit negen delen bestaande werk bevat
geschreven stukken en vrije improvisaties en behandelt danstypes als samba,
boogaloo en go-go. Emery ziet de rivier
als metafoor van muziek met dien verstande, dat de rivier Orion een
heelalsymbool is. Tevens wordt een werk van de andere medeoprichter, bassist
John Lindberg uitgevoerd. Dit werk is getiteld “Journey Platz”. De derde
oprichter en tevens leider, violist-componist Billy Bang, vertrok in 1986. Rob
Thomas is de huidige violist. Dit weekeinde gaf het trio ook een lezing met
demonstratie op het thema “The Art of Improvisation”.
JOE ZAWINUL’S BIRDLAND CLUB IN MOEILIJKHEDEN
De door Joe Zawinul in zijn geboorteplaats Wenen opgerichte jazzclub Birdland
verkeert in financiële problemen. Birdland Wenen, door Joe vernoemd naar de
gelijknamige New Yorkse club waar hij eind vijftiger jaren alle jazzgroten
ontmoette, distantieert zich van een artikel in Wochenmagazin News van 17 juli
over deze geldproblemen. Tegelijk meldt het, dat geld voor alle Weense
culturele instellingen een probleem is en dus ook voor Joe’s Birdland. Het
overlijden van Zawinul vorig jaar en
dat van zijn vrouw kort daarvoor betekent, dat een financiële ruggesteun
ontbreekt. De Weense jazzclub geeft aan, dat gehoopt wordt op enigerlei vorm
van subsidie. Om aandacht te trekken en mogelijk als doodskreet organiseert het
op dinsdag a.s. Birdland Forever, een concert met Oostenrijkse en buitenlandse
topmusici. De programmering van de laatste maanden ontbeerde de namen van
bekende jazzmusici.
DR. BILLY TAYLOR DOET EEN STAPJE TERUG
Pianist Dr. Billy Taylor, afgestudeerd op een thesis over de geschiedenis van
de jazzpiano, stopt met lesgeven aan de Universiteit van Massachusetts. Hij was
ruim 26 jaar verbonden aan deze universiteit en begeleidde met name het Jazz in
July programma, dat hij samen met drummer Max Roach in 1982 opzette. Dit in
navolging van een soortgelijk programma van Jazz Mobile in New York, waaraan
Taylor meewerkte. Taylor, die over enkele dagen 87 jaar wordt, begeleidde in
totaal zo’n 1.500 jazz studenten en gaf op 17 juli een afscheidsconcert met
zijn trio in het Bowker Auditorium van de Universiteit van
Massachusetts.
BILL CHARLAP ARTISTIEK LEIDER JAZZ IN JULY FESTIVAL
Pianist Bill Charlap is voor de vierde maal de artistiek leider van het New
Yorkse Jazz in July Summer Festival in 92nd Street Y. Dit festival loopt van 22
tot 31 juli en telt zes concerten. Charlap participeert in elk concert. Gestart
wordt op 22 juli door zanger Kurt Elling, die een programma met songs van
Leonard Bernstein presenteert. Een inkopper voor Charlap gezien zijn cd
“Somewhere: The Songs of Leonard Bernstein”. Dr. Billy Taylor, bij Jazz in July
in New York nog wel actief, leidt een
dag later een Piano Jam met Charlap, Cedar Walton en Bill Mays plus Warren
Vache op cornet. Na het Vanguard Jazz Orchestra op donderdag volgt een Jazz
Piano Master Class met pianist Ted Rosenthal en Charlap op 28 juli. Met
trompettist Claudi Roditi en pianist Dario Eskenazi wordt 29 juli Jazz Samba!
gespeeld met zang door Vera Mara. Dan volgen twee interessante concerten met
een historische lading: “The Shearing Sound” en “Lush Life: Billy Strayhorn”
met resp. zanger Freddie Cole en zangeres Carol Sloane. Aan dit laatste concert
doen mee trompettist Terell Stafford, pianist Mulgrew Miller en tenorsaxofonist
Frank Wess.
SAXOFONIST BEN VAN GELDER IN LONDEN
Altist Ben van Gelder doet deze week een minitour door Londen. Met pianist John
Escreet speelt hij morgen in de Londense Con Cellar Bar met Phil Donkin op bas.
Overmorgen speelt John’s trio plus Ben in het bovenzaaltje van de Ronnie
Scott’s Club, nu met Colin Stranahan op drums. Daarna volgen de 606 Club op
woensdag en de Charlie Wright’s Club op donderdag, eveneens samen met Escreet’s
trio. Terug in Nederland staat op 3 augustus in de Amsterdamse Sugar Factory
voor deze jonge saxofonist een optreden bij Wicked Jazz Sounds op het programma
waarna Café Alto op donderdag 7 augustus volgt.
AUTEURSRECHTEN KARTEL VERBODEN
De afspraak tussen auteursrechtenorganisaties om niet in andere landen te
opereren is door Brussel verboden. Dit betekent, dat musici niet langer
genoodzaakt zijn in eigen land hun muziekrechten vast te leggen en te laten
incasseren. De Europese Commissaris voor de Interne markt beschouwt afspraken
over landenexclusiviteit als kartelafspraken. Er volgt geen boete voor de 24
binnen de EU opererende muziek- en auteursrechten organisaties, maar hun
nationale monopolystructuur is voorbij. Deze vrijheid voor muzikanten
impliceert ook een risico. Grote platenmaatschappijen en muziekuitgevers zullen
ieder voor zich één organisatie kiezen of zelf oprichten in heel West-Europa.
Kom er dan als muzikant of songwriter in Nederland maar eens achter hoe de
boekhouding in Italië of Roemenië, twee unverfrohren corrupte EG-landen, in
elkaar zit nog afgezien van de kosten en de taalbarrieres. Goede
accountantscontrole is ook de zwakke stee van de Europese Unie zelf. Nog nooit
is een EG-jaarbegroting volledig door een register accountant goedgekeurd.


