Zangeres Dasha Skorohokdova start een serie jamsession avonden in "t Goude Hooft" in Den Haag evenals Ruud Jacobs en Frans Elsen.
VEELBELOVEND NIEUW HAAGS JAZZPODIUM IN
“ ‘T GOUDE HOOFT”
In het centrum van Den Haag wordt deze maand een nieuw jazzpodium in gebruik genomen. In café restaurant ’t Goude Hooft wordt elke donderdagavond een jazzoptreden gegeven waarvoor de gehele benedenverdieping wordt ingericht. Afwisselend zijn bassist Ruud Jacobs en pianist Frans Elsen elk met hun trio te beluisteren. Dit is een initiatief van ’t Goude Hooft eigenaar Willem Bruijgom, die hiervoor Rijswijkenaar Peter Beets aanschoot. Beets heeft Ruud Jacobs, zijn langjarige collega begeleider bij Rita Reys, bereid gevonden op te treden en zal zelf in diens trio de pianostoel bezetten. Als hij bezet is valt Rob van Bavel of Jurai Stanik in. Jacobs, zal hier de eerste en derde donderdag van de maand met zijn trio aanwezig zijn en vindt het prettig zijn eigen muziek te kunnen spelen. De tweede en vierde donderdag van de maand speelt pianist Frans Elsen, die bassist Alex Milo in zijn trio voert en over de drummer nog een beslissing neemt. Volgens Elsen, die zijn vleugel aan het etablissement ter beschikking stelt, wordt gemikt op “serieuze jazzliefhebbers, geen springerige jongelui, die niets van jazz begrijpen”. Hij is overigens de voormalig docent van Peter Beets.
De concertruimte van ’t Goude Hooft kan mede door zijn galerijen meer dan 200 bezoekers ontvangen. Dat kan van pas komen als op vrijdag 2 oktober ook de wekelijkse vocale jamsession avonden starten met zangeres Dasha Skorokhodova, die zal optreden met drummer Bram Wijland, bassist Luciano Poli en pianist Miguel Rodriguez. Dasha zingt regelmatig in het kleine café Hoppers in Den Haag, waar haar fans buiten in de rij staan te wachten tot er binnen weer ruimte vrijkomt om de snel naammakende vocaliste te kunnen zien en horen. Het repertoire van deze uit Kiev afkomstige zangeres is gebaseerd op American jazz standards. Over enige tijd treedt deze dochter van een zanglerares en een ex- jazz trompettist naar buiten met eigen composities.
Horeca manager Willem Bruijgom mikt op een uitgaanspubliek, dat eventueel een hapje wil eten en de stille avonden in het centrum na de winkelsluiting opvult. Op dit moment speelt in zijn stadsherberg ’t Goude Hooft elke zondag van half zeven tot half tien de swinggroep van de virtuoze klarinettist/tenorist David Lukács, die gast musici voor zijn Swing Night inviteert, waaronder recent trompettist Bert de Kort en tenorist Sjoerd Dijkhuizen. Op de eerste dinsdag van de maand gaat vanaf 6 oktober het sextet “The Essential Jazz Factor” van bassist Vincent Kuiper daar ook spelen met trompettist David Rockefeller (NCC), tenorist Tom Beek, trompettist Bert Boeren, pianist Rob van Kreeveld en drummer Bert Kamsteeg.
Voor de optredens van Ruud Jacobs en Frans van Elsen is een afspraak gemaakt voor 1 jaar. Verrassend is, dat er geen entree wordt geheven.
In de portefeuille van Bruijgom zitten meerdere horecazaken, waaronder ook bistro jazzclub Heere die Hage aan het Spui 275 in Den Haag waar in de weekeinden regelmatig pianist Udo van Boven jamsessions houdt.

NIEUWE CD "HEAVENS ABOVE" VAN ERIC VLOEIMANS
Trompettist Eric Vloeimans heeft voor het Challenge label met zijn groep Gatecrash de cd “Heavens Above” opgenomen, die begin oktober verschijnt. De musici zijn Gulli Gudmundsson (el)bas, Jasper van Hulten drums en Jeroen van Vliet keyboards. Van Eric Vloeimans worden de composities “Maceo”, “Pelerinage”, “Mr. Selçuk”, “Fete de la Musique” en ”Orbit”gespeeld. Jasper van Hulten schreef “Floratone”, Jeroen van Vliet componeerde “Hymn From Snow” en Gulli Gudmundsson leverde “Milkman” en “Song of Gods”. Vloeimans presenteert dit nieuwe album op 4 oktober in het tv programma Kunststof op Nederland 2.

Cornettist Eric Boeren is één van de actieve workshopleiders in de jubilerende Zaal 100.
EEN WEEK VOL “ONGEHOORD GELUID” IN DE JUBILERENDE AMSTERDAMSE ZAAL 100
In de Amsterdamse Staatsliedenbuurt wonen geen staatslieden. Het is een deels gerenoveerde wijk met straten, die naar voormalige staatslieden zijn vernoemd, maar verder worden er geen staatsliederen gezongen, hooguit straatliederen. Wel is ex staatslid Ed van Tijn er in 1985 tijdens zijn weinig indrukwekkende burgemeesters periode door buurtbewoners gemolesteerd. Hij dacht dat hij populair was hetgeen hier niet het geval bleek.
Zaal 100 is wel populair met name bij musici en nieuwsgierige muziekliefhebbers en niet alleen vanwege de lage entreeprijs. Het zit midden in de Staatslieden buurt in De Wittenstraat 100 en kenmerkt zich door experimentele muziek, workshops, prikkelende podiumacts en een avontuurlijke keuken. Zaal 100 bestaat 25 jaar en viert dit van 19 t/m 25 oktober met een week van “Ongehoord geluid”. Het programma is even kleurrijk als de buurt en de geschiedenis van Zaal 100 zelf. In de jubileumweek staan geprogrammeerd: 19/10 Tetzepi Duo’s gevormd uit de leden van de Tetzepi big band met o.a. altiste Esmee Olthuis en trompettist George Pancraz, die musici als pianist Walter Lampe en gitariste Corrie van Binsbergen uitnodigen; 20/10 Impro Jazzcafé met o.a. tenorist Sean Bergin, cornettist Eric Boeren en drummer Michael Vatcher; 21/10 New Ways of Jazz gepresenteerd door Try Tone met o.a. zangeres Kristina Fuchs en Knalpot gitarist Raphael Vanoli plus gitarist Alfredo Genovesi met Vatcher en Olthuis gevolgd door de multi media groep Formelwesen met “audio visual lo- fi chamber noize jazz blast”; 22/10 Amsterdams oudste workshoporkest Oktopedians geeft een gratis workshop voor het publiek; 23/10 Rosie Wooff editie “Three of a Kind” met drie bloedgroepen: slagwerkers, dansers en saxofonisten; 24/10 een Surprise Act, die uiteraard een verrassing blijft; 25/10 een Brokkenmiddag met Corrie Brokken en de CRAM bandleden Rutger van Otterloo (saxen), Arend Niks (drums), Mick Paauwe (bas) geleid door cornettiste/vocaliste Felicity Proven.
Als de jubileumweek voorbij is gaat het Zaal 100 programma door met: 27/10 Impro Jazzcafé met saxofonist Alex Cooke en bassist Arjen Gorter; 28/10 Tetzepi band zonder dirigent maar klaargestoomd door componist/pianist Guus Janssen; 31/10 Halloween Musical Festival met bovengrondse Underground.

ELLINGTON MUSICAL “BEGGAR’S HOLIDAY” NA 60 JAAR WEER OP DE BÜHNE
Een samenwerking in Pittsburgh tussen de MCG Jazz Hall en het Opera Theatre aldaar zorgt er voor, dat eind dit jaar de in 1947 na zo’n honderd opvoeringen gesneuvelde Ellington musical “A Beggar’s Holiday” weer wordt opgevoerd. De reden is, dat Billy Strayhorn, die een zeer groot aandeel had in de realisatie van het muzikale gedeelte van deze musical, in Pittsburgh studeerde en werkte voordat hij bij Ellington (zie foto) solliciteerde als arrangeur en componist. De opvoeringen zijn gepland op 18, 19 en 20 december in het MCG Theater van de Manchester Craftsmen’s Guild, 1815 Metropolitan Street, Pittsburgh en stage director is Jonathan Eaton.
Het oorspronkelijke muziek/ theaterstuk dateert uit 1728 toen het satirische spel “The Beggar’s Opera” van John Gay voor het eerst in Engeland werd gespeeld. Het verhaal betreft een bedelaar, die pratend en zingend in allerlei verwikkelingen belandt en uiteindelijk de galg ontloopt en zijn Polly trouwt. Het was enerzijds een persiflage op de heersende operarage en had anderzijds tot doel Gay’s tegenstander Eerste Minister Robert Warpole, aanwezig bij de premiere, te beledigen. Dat laatste lukte, want een vervolg getiteld “Polly” werd verboden. (De naam Polly herleefde in “Fawlty Towers” voor John Cleese’s vrouw, die het kamermeisje speelde). Bertolt Brecht baseerde zijn “Dreigroschenoper” luchtig op “The Beggar’s Opera”.

De cover van het programmablad van de New Yorkse opvoering van "Beggar's Holiday".
EERSTE RACIAAL GEMENGDE BROADWAY MUSICAL
Duke Ellington werd dinerend met vrienden door een hem onbekende persoon, de Afro Amerikaanse stage manager Perry Watkins, gevraagd de muziek te schrijven voor een musical waarvan de oorspronkelijke werktitels “Twilight Alley” en “Street Music” op het laatste moment vervangen werden door “Beggar’s Holiday”. Aangezien Duke zijn band niet in de steek kon laten werd Billy Strayhorn ingeschakeld om de ruwe compositorische schetsen tot in de finesses uit te werken. In het najaar van 1946 nam Ellington een engagement aan in het Aquarium Restaurant in New York om enigszins bij de productie voorbereidingen betrokken te kunnen zijn. De repetities en try out voorstellingen buiten New York verliepen chaotisch en nieuwe aangepaste muziek werd door Strayhorn ter plekke en soms ’s nachts op maat gecomponeerd. De uitvoeringen in The Broadway Theatre kregen een gemengde pers. Reden was niet primair het ontbreken van Duke’s orkest in de muziekbak - daar zat een pit orchestra - maar het bij de repetities wisselen van de stage director waardoor de show zelf te weinig om het lijf had. Het muzikale deel kwam wel uit de verf en werd geprezen. De goede prestaties van zangeres/danseres Mary Bryant en zanger/acteur Bill Dillard, die zijn loopbaan als jazztrompettist en zanger met Broadway werk afwisselde, bleven niet onopgemerkt. Dillard had o.a. bij de orkesten van Benny Carter, Lucky Millinder en Teddy Hill gespeeld. Later trad hij op als acteur/trompettist in de shows “One Mo’ Time” en de Parijse editie van “Black and Blue”.
Het publiek bleef steeds meer weg waardoor “Beggar’s Holiday” na enkele maanden stopte. Ook een herstart in Chicago bleef zonder succes; hier werd in de tweede week al gestopt.
Het feit, dat voor het eerst op Broadway een volledig gemengde cast op het podium stond op initiatief van een Afro Amerikaanse stage manager was een drempel, die zeker door de economisch achtergestelde zwarte bevolking van New York, niet gemakkelijk genomen kon worden en voor de overwegend blanke nationale en muziekpers een absolute nouveauté was. George Abbott, die “book director” Nicholas Ray vervangen had, verklaarde aan Strayhorn biograaf David Hajdu: “ Perhaps it was too daring for its time. Audiences then were shocked by the very sight of blacks and whites together on stage” (Hajdu “Lush Life” 1996).
De deels sociaal kritische teksten waren ook al hun tijd vooruit. Amerika was na de oorlog in een lichte recessie beland en dan is er in de entertainment sector minder ruimte voor kritiek en vernieuwing. Raciale issues zijn tot na de millenniumwisseling een probleem in de USA gebleven. De muziek werd bovendien niet door iedereen als echt Ellingtoniaans ervaren. Down Beat kopte: “Opulent Affair But Misses Hit”. De band heeft live zelden composities uit “Beggar’s Holiday” gespeeld en een plaatopname van de musical bleef ook uit. Dit laatste was mede het gevolg van het feit, dat Duke’s label Musicraft in 1947 financieel problemen had volgens Ellington researcher Klaus Stratemann in zijn boek “Duke Ellington: Day by Day and Film by Film”. Slechts enkele van de bijna dertig in de show belandde songs werden later voor Columbia uitgevoerd en werden niet opgemerkt.

STRAYHORN VOELDE ZICH MISKEND DOOR DUKE
Bij de premiere kreeg Duke veel lof, die op zijn beurt de spelers en dansers hierin enigszins betrok, maar Strayhorn oversloeg. Dit tot ergernis van Strayhorn (zie foto), die na zijn maandenlange totale inzet voor deze productie de after party geïrriteerd verliet. Op het programmablad werd Duke eervol vermeld onder “Music by DUKE ELLINGTON” en stond Strayhorn kleiner onderaan met de vermelding: “Orchestrations under personal supervision of Billy Strayhorn”.
Het was het begin van wrijving tussen Billy en Duke waarbij gebrek aan artistieke erkenning op de eerste plaats kwam en het ontbreken van auteursrechtelijke bescherming voor Strayhorn de tweede bottleneck vormde. Billy werd geheel door Ellington gefinancierd van woning tot kleding en van dineren tot theaterbezoek. Ook bezat Strayhorn een klein pakket aandelen in Ellington’s muziekrechten firma Tempo Music. Hierdoor werd hij indirect toch beloond ook als zijn naam als (mede)componist of (mede)arrangeur niet vermeld werd. Strayhorn researcher Walter van de Leur merkt in zijn recente studie “Something to Live For” op, dat Duke op zijn beurt erg beschermend was voor wat betreft hun muziek scores. Hij gaf ze aan niemand uit handen. Anderzijds maakt Van de Leur duidelijk, dat de administratie bij Tempo Music op zijn zachtst gezegd rommelig was: “Consequently, Tempo Music never attempted to copyright any of the hundreds of arrangements by Strayhorn …..”.
Enkele jaren later vertrok Strayhorn bij Duke, maar keerde net zoals altist Johnny Hodges binnen korte tijd weer terug. Hij kreeg vervolgens een betere vermelding van zijn naam op zijn composities en arrangementen toegezegd - hetgeen niet geheel tot Tempo Music doordrong - plus tweemaal twee kussen van de maestro op Billy’s wangen. Maar dat kreeg hij al jaren.

MARIA MARKESINI BREEKT DOOR MET CD “KOSMO”
De Grieks- Nederlandse zangeres en pianiste Maria Markesini kon haar vocale talenten ook in ons land gaan verzilveren. Woensdag 14 oktober presenteert zij haar nieuwe album “Kosmo” met een concert in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. In deze cd, die deze maand in de winkel ligt en op het nieuwe Nederlandse label Etcetera Now verschijnt, bundelt zij jazzy songs, Griekse liederen, pop repertoire en Franse chansons, waaronder “”Why Did I Choose You”, “A Day at the Races”, “Moody’s Mood”, “You’ve Changed”, “C’est si bon” en de titelsong “Kosmo”. Zij wordt hierbij geassisteerd de zanger Richard Bona en vooral door pianist Bert van den Brink. Met de laatste gaat zij ruim een dozijn concerten geven in ons land.
Concerten: 14/10 Concertgebouw Amsterdam; 23/10 De Doelen Rotterdam; 15/11 Beauforthuis Austerlitz; 28/11 Schouwburg Lochem; 3/12 Stadsgehoorzaal Leiden; 9/1 Schouwburg Roosendaal; 19/2 Schouwburg Almere; 7/3 De Harmonie Leeuwarden; 18/3 Theater De Poorterij Zaltbommel; 19/3 Stadsgehoorzaal Kampen; 20/3 Theater Achterom Hilversum; 22/4 Cultuurcentrum De Griffioen Amstelveen; 25/4 Odeon/De Spiegel Zwolle; 9/5 Musis Sacrem Arnhem.

ZIJN PRESTIGE LP COVERS VISUEEL INTERESSANT?
Die vraag moet het boek “Prestige Records: The Album Cover Collection” beantwoorden, dat deze maand verschijnt. Het eigenlijke antwoord ligt in de geschiedenis zelf: kwalitatief een zeer gemengd visueel beeld en in zijn geheel stukken minder dan het strakke, goed overdachte cover beleid bij Blue Note.
Bij het 60 jarig bestaan van het label zonder smetteloos verleden is in een half jaar tijd dit boek in elkaar gesleuteld door Geoff Gans. Hij noemt in een interview twee favoriete Prestige covers: “Soultrane” van John Coltrane en “Alto Madness” van Jackie McLean. De hoes van “Soultrane”, een allesbehalve soulful ontwerp van Esmond Edwards, is platweg gekopieerd met aangepaste tekst voor de omslag van dit prestigieuze coverboek. Prestige gebruikte veelal onbekende ontwerpers, die waren immers goedkoop. Dat geldt niet helemaal voor Reid Miles. Hij begon voor Blue Note te werken, maar ontwierp bij Prestige enkele grafisch interessante albums, zoals de text only cover van Prestige 7109 “Bags Groove/Miles Davis”, die in de mono versie in zwart/wit op blauwe ondergrond werd gedrukt en in de stereo versie in groen/wit op blauwe ondergrond van de pers rolde. Prestige 7053 “Thelonious Monk with Sonny Rollins and Frank Foster” is ook een text only design van van Reid Miles met het woord Monk groot en de overige tekst met de hand geschreven door Julia Warhola, de moeder van Andy Warhol. Dit ontwerp leverde Miles een award op. (Met Andy’s illustraties werkte Miles voor Blue Note: Kenny Burrell’s “Blue Lights” e.a).
De oprichter/eigenaar van Prestige Bob Weinstock wierp zich soms op als coverfotograaf, zoals bij het door Tom Hannan ontworpen album “Saxophone Colossus” van Sonny Rollins. Weinstock produceerde een matige, half in zwart silhouet gehouden foto van Rollins. Hij had beter in de leer kunnen gaan bij Miles Reid, die de perspectivisch prachtige cover - met de racewagenkoplamp als big eye - ontwierp en schoot voor Donald Byrd’s “A New Perspective”, maar dat was een Blue Note album.
Freelance producer Don Schlitten wierp zich bij Prestige zelfs op als ontwerper én fotograaf en maakte de zeer lelijke cover van Prestige 7686 Jaki Byard “Solo Piano”.
Eigenlijk zat er geen enkele lijn in bij Prestige qua coverbeleid.
De introductie voor dit jubileum coverboek werd geschreven door Ira Gitler, in de eerste helft van de 50- er jaren werkzaam bij Prestige als stafmedewerker, producer en vooral als hoestekstschrijver. Bij het boek zit een bonus cd, die geen overlap heeft met de separaat aangeboden jubileum dubbel cd. De laatste is getiteld “The Very Best of Prestige Records”. De bonus cd bevat “Theme for Ernie” van het “Soultrane” album, geschreven door Freddie Lacey voor de jong gestorven ex Gillespie altist Ernie Henry.
Opvallend is, dat in de uitgebreide aankondiging door Prestige eigenaar Concord gesproken wordt over een “deluxe limited edition coffeetable book”. Informatie over prijs, afmetingen, oplage en aantal pagina’s ontbreekt volledig en dat is typerend voor deze zeepbel. Het product is dun, telt slechts 130 pagina’s, en is vrij duur. Het kost met cd ruim $ 53, - (op internet goedkoper te vinden).
POSTUUM EERBETOON VOOR 3 JAZZ PIANISTEN
ART TATUM SCULPTUUR IN TOLEDO
De honderd jaar geleden in Toledo (Ohio) geboren pianist Art Tatum (13.10.1909 - 5.11.1956) wordt aldaar geëerd met een sculptuur gemaakt door de beeldhouwer Cork Marchesci uit San Francisco. Op Youtube memoreert hij, dat de bijna blinde Tatum piano leerde spelen op de Toledo School of Music en door zelfstudie o.a. door de pianotoetsen af te tasten terwijl een pianorol speelde. Tatum wist echter niet, dat een van de pianorollen was ingespeeld door twee pianisten tegelijk, quatre mains. De sculptuur is derhalve een opstapeling van zwarte en witte toetsen geworden, uiteraard vierzijdig verwijzend naar vier handen. Tatum trad als professioneel pianist op in Toledo in 1926.
The Art Tatum Memorial werd geplaatst op 11 september in The Lucas County Arena, Dowtown Toledo, bij Madison en Superior. Het beeld is meer dan 8 meter hoog en heeft voor Europeanen een associatie met zwart witte blokjes Engelse drop. Het wordt ’s avonds verlicht door blauwe LED lampen.
De onthulling werd opgeluisterd door zanger Jon Hendricks, die een paar dagen later in Toledo een concert gaf in Murphy’s Place tgv zijn 88 ste verjaardag. Hendricks werd geboren in Newark (Ohio), maar groeide op in Toledo waar hij zondags in de kerk zong en door de week in de locale bars.
Het Jazz Museum in Harlem (NY) herdenkt Tatum’s honderdste geboortedag op 29 september met een serie jazzfilms waarin de pianist optrad.

Pianist Oliver Jones bij het bord, dat in het Frans aangeeft dat hier het Oscar Peterson Park begint.
OSCAR PETERSON PARK IN MONTREAL
De gemeente Montreal (Canada) heeft het Campbell Centre Park omgedoopt tot Oscar Peterson Park. Peterson (1925 - 2007) werd in Montreal geboren en ging daar naar high school, won locale pianowedstrijden en participeerde in Montreal in een wekelijkse radioshow. Daarna speelde hij in het Johnny Holmes Orchestra en had eind veertiger jaren in deze door Fransen in 1642 onder de naam “Mont Real” gestichte stad een eigen pianotrio. Norman Granz nodigde Peterson in 1949 uit om in de New Yorkse Carnegie Hall op te treden waarna via de Jazz At The Philharmonic tournees zijn naam wereldwijd werd gevestigd.
Peterson groeide op vlak bij dit park waar hij ’s winters hockey speelde en zomers basketbalde. Bij de doop van het nieuwe naambord van dit park klonk Peterson’s compositie “Canadian Suite” (1963) door de luidsprekers. Initiatiefnemer pianist Oliver Jones heeft niet de indruk, dat de jongeren uit de omliggende wijk weten wie Peterson was. De gemeente overweegt om festivals in het kindervriendelijke park met basketbal veldjes en speeltoestellen te gaan houden.

GRAFSTEEN VOOR JAMES P. JOHNSON IN QUEENS?
Pianist James P(rice) Johnson, “father of the stride piano”, die op 17 november 1955 in New York overleed, ligt in een naamloos graf op de Mount Olivet Cemetery in Maspeth, het westelijke deel van Queens in New York City (foto van de begraafplaats met willekeurige grafstenen). J.P.J. speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de jazz uit de ragtime, was een lichtend voorbeeld voor Duke Ellington, componeerde “The Carolina Shout” en “The Charleston” en is heden ten dage nog onderwerp van studie (zie de rubriek Boeken in deze JazzPress over John Howland’s “Ellington Uptown: Duke Ellington, James P. Johnson, and the Birth of Concert Jazz”). De James P. Johnson Foundation zet een actie op touw ism de Johnson familie en de New Yorkse jazzclub Smalls om het graf van J.P.J. alsnog te voorzien van een grafsteen. Op 4 oktober vindt er in Smalls een benefiet concert plaats om geld in te zamelen. Gestart wordt met een expositie over J.P.J. opgezet door het Rutgers Institute for Jazz Studies en een lezing door de Johnson expert Scott Brown. Na deze musicoloog spelen een dozijn pianisten solostukken waaronder Dick Hyman, Ethan Iverson, Ted Rosenthal en Terry Waldo.

ON THE ROAD
CECIL TAYLOR
De onbreekbare en onvermoeibare pianist Cecil Taylor (zie foto) maakt een kleine Europese tournee met drummer Tony Oxley. Dit ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. De maestro is nog in goede vorm. Het BIMhuis heeft de grote zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ gereserveerd en citeert de ‘octogenarian’ met zijn poëtische uitspraak: “I try to imitate on the piano the leaps in space a dancer makes”. Mezzo TV maakt ism France 3 en Oléo Film een registratie van het concert in Straatsburg, dat ook op DVD wordt uitgebracht.
Concerten: 24/9 Muziekgebouw aan ’t IJ Amsterdam; 26/9 Lantaren/Venster Rotterdam; 2/10 Auditorium de France 3 Pole Sud Straatsburg; 4/10 De Singel Antwerpen; 8/10 Philharmonie Luxemburg.

The Bad Plus (vlnr): pianist Ethan Iverson, bassist Reid Anderson en drummer David King.
THE BAD PLUS
Als er één jazzgroep is, die de stelling logenstraft, dat er geen vernieuwing in de jazz plaats vindt, is het The Bad Plus. Gedurfde muziek met veel plezier en enige branie gespeeld en bovedien
intelligent gepresenteerd. Pianist Ethan Iverson, bassist Reid Anderson en drummer David King draaien hun hand niet om voor het speels verbouwen van jazz standards, oude pophits en klassieke werken. Hun Europese tournee loopt van 7 tot en met 23 oktober.
Concerten: 7/10 Jazz Festival Gerona (Sp); 8/10 Teatro Circo Braga (Port); 9/10 Teatro Gil Vicente Braga; 10/10 Small Auditorium Lissabon (Port); 11/10 Turner Sims Southampton (UK); 12/10 St. George’s Bristol; 14/10 Royal Music College Manchester; 15/10 Bix Jazzclub Stuttgart (D); 16/10 Triebhaus Innsbruck (Oost); 19 + 20/10 Ronnie Scott’s Loden; 21/10 Festival Spiegeltent Belfast (Ierl); 23/10 Half Moon Cork (Ierl).

DAVE HOLLAND OVERTONE QUARTET
De quasi stoïcijnse bassist Dave Holland maakt een tournee met een sterk kwartet. In zijn nieuwe Overtone Quartet spelen tenorsaxofonist Chris Potter, pianist Jason Moran (en niet Gozalo Rubacalba) en drummer Eric Harland. Na concerten in de USA tot medio oktober volgt vanaf 3 november een stevige Europese tournee waarvoor de volgende data vast staan.
Concerten: 2/11 Das Haus Ludwigshafen (D); 3/11 Konzerthaus Wenen (Oost); 5/11 Cultural Center Sarajevo Bulg); 6/11 Haus Berliner Festspiele Berlijn; 8/11 La Spirale Freiburg (D); 9/11 Salle Ernest Ansermet Geneve (Zwit); 10/11 Cinema Teatro Chiasso (It); 11/11 Congress Centre Luzern (Zwit); 13/11 La Comete Chalons en Champagne (F); 15/11 Zaragozza (Sp); 16/11 Barcelona; 17/11 Madrid; 19/11 Vila Flor Guimaraes (Port); 20/11 Queen Elizabeth Hall Londen; 21/11 Is Sanat Hall Istanbul (Turk); 29/11 Concert Hall Athene (Griek).

Oregon nu (vlnr): rietblazer Paul McCandless, bassist Glen Moore, percussionist Mark Walker en gitarist Ralph Towner.
OREGON
Twee van de vier oorspronkelijke Oregon leden kwamen uit de Amerikaanse staat Oregon, te weten pianist/gitarist Ralph Towner en bassist Glen Moore, maar na hun samenspel met rietblazer/hoornist/hoboist Paul McCandless en tablaspeler Colin Walcott werd de groep in New York rond 1970 pas echt actief. Zij produceerden een geheel eigen klankleur, niet alleen door de vele instrumenten die elk lid bespeelde, maar vooral ook door hun aanknopen bij Oosterse muziek en Oost Europese componisten, met name de Hongaar Béla Bartók. Sitar speler Ravi Shankar leerde Walcott de fijne kneepjes van het Indiase sitarspel. Helaas stierf Walcott in 1984 in Duitsland bij een autocrash. Kort daarvoor had ECM deze wereldmuziek spelende groep al liefderijk en succesvol opgenomen. Walcott werd vervangen door de toen onbekende Trilok Gurtu, die nu een wereldnaam is. Later werd ook elektronica gebruikt hetgeen botste met de oorspronkelijke etherische sfeer. De huidige Oregon formatie bestaat uit Ralph Towner, Paul McCandless, Glen Moore en het nieuwe lid Mark Walker, die drums, percussie en elektronica gebruikt. De groep maakt binnenkort een cd en startte vorige week met een tour, die in Vierssen, Boedapest en Praag begon en begin oktober in Lissabon eindigt.
Concerten: 24/9 Central Station Darmstadt; 25/9 Kulturamt Friedrichshaven; 26/9 Tangente Eschen (Liechtenstein); 27/9 Treibhaus Innsbruck (Oost); 28/9 Porgy & Bess Wenen; 29/9 Roxy Ulm (D); 30/9 Centro Cultura Turijn (It); 2/10 Cinema Batalha Oporto (Port); 3/10 Lissabon.

FRA FRA SOUND
Caribische muziek gespeeld door Nederlandse Surinamers aangevuld met een ijzersterke Nederlandse saxofonist met een Amerikaans paspoort, Efraïm Trujillo, dat is de Fra Fra Sound, die wereldmuziek en jazz moeiteloos en aanstekelijk mengt. Het woord Fra Fra betekent mengvorm, maar ook anders en mysterieus.
Vincent Henar (basgitaar), Andro Biswane (gitaar), Carlo Hoop (percussie), Michael Simon (trompet), Efraïm Trujillo (tenorsax), Robin van Geerke (piano) en Walther Muringen (drums) staan te weinig op Nederlandse jazzpodia, behalve op 10 oktober in Paradox in Tilburg. Daarna volgt hun Amerikaanse tournee.
Concertdata: 14/10 Blues Alley Washington; 16/10 Carr Arts Center Detroit; 18/10 Nighttown Cleveland; SOB’s NYC; Old Town School of Folk Music Chicago; 22/10 Cultural Center Chicago; 23/10 Columbia College Chicago; 24 Snug Harbor New Orleans.

BOEK
’THELONIOUS MONK: THE LIFE AND TIMES OF AN AMERICAN ORIGINAL” -
Robin Kelley
Niet elke jazzliefhebber zit te wachten op de 8 ste, 9 de of 10 de biografie van een groot jazz musicus, zelfs niet van een unieke pionier als Thelonious Monk. Maar het interessante feit doet zich voor, dat de auteur Robin Kelley, Professor of American Studies & Ethnicity aan de University of Southern California, van Afro- Amerikaanse afkomst is en toestemming kreeg van Thelonious Monk Jr. om in het familie archief te speuren. Aangezien Kelley gespecialiseerd is in Black History had de titel ook kunnen luiden: “Thelonious Monk: The Life and Times of an Afo- American Original”, temeer daar in de aankondiging uitvoerig met Monk’s afstamming van slaven wordt geschermd.
De auteur kent de jazz. Hij kreeg als jongen trompetles van Jimmy Owens en schakelde later over op piano en bas. Zijn moeder hertrouwde met een blanke jazzmusicus. In een recent interview met The Independent Reader constateerde hij, dat er zeer weinig “black students” opdagen bij zijn lessen en seminars over jazzgroten en jazzgeschiedenis. Hun interesse ligt vooral bij hiphop.
Op Wikipedia wordt Kelley een Marxistisch perspectief aangewreven. Hiermee wordt waarschijnlijk bedoeld, dat Kelley een eerlijker verdeling van de Amerikaanse welvaart en eerlijke kansen voor alle Amerikanen voorstaat. Wat betreft het lot van pianogenie Monk, kan vastgesteld worden dat zijn carriere bij de start werd gesteund door de van oorsprong Europese immigranten Alfred Lion en Francis Wolff, die als Blue Note eigenaren Monk door dik en dun steunden, ook toen zijn platen nog niet goed verkochten. Op het eind van zijn leven (hij stierf in 1982) ontfermde barones Nica de Koenigswarter, eveneens met Europese wortels, zich over Sphere.
De Amerikaanse instituties hebben zich weinig om Monk bekommerd, behoudens een coverstory van Time in 1964, het jaar waarin Lyndon B. Johnson de Civil Rights Act afdwong, die alsnog stemrecht voor elke Amerikaan garandeerde en voor het eerst rassensegregatie in de openbare ruimte verbood.
In dit boek wordt diep op Monk’s wel (jazz) en wee (gezondheid) ingegaan. Het bevat ook kleine biografieën van Monk’s sidemen, waaronder drummer Denzil Best en de trompettisten Vic Coulsen en Benny Harris. Het wordt serieus aanbevolen door de pianisten Chick Corea (“a breath of fresh air”) en Geri Allen (“one of the most anticipated books in jazz scholarship”).
Kelley werkt nu aan het boek “Speaking in Tongues: Jazz and Modern Africa”, dat in 2010 verschijnt, en publiceerde eerder o.a. “Freedom Dreams: The Black Radical Imagination” (2002), en “Race Rebels” (1994), dat een ASCAP award kreeg als beste boek over muziek en cultuur.
”Thelonious Monk: The Life and Times of an American Original”; Robin D.G. Kelley; Free Press/ Simon & Schuster 2009; 608 pag.; hardcover $ 30, - (Amazon $ 20, -); ISBN 9780684831909.

De titel van het boek "Ellingtown Uptown" is gebaseerd op de gelijknamige LP, die de suite "A Tone Parallel to Harlem" (aka "Controversial Suite") bevat. De boekcover is zo onaantrekkelijk, dat de LP cover hier voorrang verdient.
BOEK
”ELLINGTON UPTOWN: Duke Ellington, James P. Johnson and the Birth of Concert Jazz”-
John Howland
De gaten in de jazzgeschiedenis worden langzaam maar zeker gedicht. “Ellington Uptown” snijdt een onderwerp aan, dat door jazz aficionado’s meestal angstvallig wordt weggedrukt: symphonic jazz. Dat enge verschijnsel van Paul Whiteman, die gebruik maakte van de opkomende belangstelling voor jazz en zocht naar een populaire mix van klassiek en jazz, maar dan gebrouwd met behulp van geacheveerde strijkers.
Whiteman, die goud verdiende met de bestsellers “Whispering” en “Japanese Sandman” in 1920, zag een grote markt voor een kruising tussen jazz en aanverwante stijlen, waaronder ragtime, en populaire klassieke muziek, hoorde George Gershwin’s “Blue Monday” in 1922 en liet Gershwin zo’n mix stuk schrijven: “Rhapsody in Blue”. Hiermee ging hij in 1923 en 1924 op tournee onder de titel “An Experiment in Modern Music” en oogstte groot succes.
Whiteman was niet alleen populair bij het blanke bevolkingsdeel, hij werd uitbundig nagevolgd door blanke band- en orkestleiders. Hij werd zelfs geprezen door Duke Ellington.
Duke ging allereerst te rade bij James P. Johnson, die de ruw ragtime omsmolt tot soepeler stride piano en lange werken schreef, die niet door Bessie Smith op één zijde van een 78 toeren plaat van 3 minuten kon worden gezet. J.P.J. schreef de muziek voor de Broadway musical “Runnin’ Wild” (1923), de piano rhapsody “Yamekraw”, in 1927 door Fats Waller in Carnegie Hall uitgevoerd en in 1930 in een Vitaphone short film samengebald, en grootschalige composities als “Harlem Symphony” (1932), het piano concerto “Jassamine” (1934) en de “Symphony in Brown” (1935) gevolgd door de blues opera “De Organizer” (1935).
Ellington keek eerst de basiskunst af bij J.P.J. thuis, maar hij gebruikte vervolgens ook de Whiteman constructies voor langere werken. Later vertrouwde hij meer op eigen kunnen, maar streefde er evenals J.P.J. naar om naast korte jazzstukken voor de band en de jukebox ook meer sophisticated en “elaborated works” te toonzetten waaronder “Echoes of Harlem” (1936) en later - deels met behulp van Billy Strayhorn - de lange werken “Perfume Suite” (1945), “New World A Comin’ “ (eveneens 1945), “Deep South Suite” (1946), “Liberian Suite” (1947) en rond 1950 “The Tattoed Bride”, “Controversial Suite” en “A Tone Parallel To Harlem”.
John Howland, Assistant Professor of Music bij Rutger’s University waar ook het Institute of Jazz Studies is gevestigd, beziet de symfonische jazz van de periode 1920 tot 1950 en met name de werken van Ellington en J.P.J. Daarna kwamen immers Gunter Schuller met zijn Third Stream en Miles Davis en Gil Evans met hun Birth of the Cool in beeld. Dat laatste ontstond al in 1948, maar werd pas na 1950 geformaliseerd. De populariteit van “symphonic jazz” daalde niet zo snel als de interesse in de charleston, maar het hoogtepunt was voor 1940 al voorbij.
Howland behandelt onder meer J.P.J. ‘s “Yamekraw”, “Harlem Symphony”, “American Symphonic Suite”, “Manhattan Street Scene” en “Sefronica’s Dream: A Negro Fantasy”, de laatste twee symfonische balletwerken. Bij Ellington analyseert hij o.a. “Creole Rhapsody”, de korte film “Symphony In Black: A Rhapsody of Negro Life”, “Black Brown and Beige”en “New World A Comin’ “.
Het belang van symfonische jazz voor de Amerikaanse muziekcultuur omschrijft de auteur als volgt: “The greatest legacy of this idiom lies in a certain luxury pop aesthetic that still appears today in various guises. In its roots in the interwar years, this luxe pop, big-band-plus-strings idiom came to characterize a quintessential American entertainment sound that initially extended from dance bands, to interwar orchestra’s, to jazzy Broadway and Hollywood musicals of the Depression Era”.
”Ellington Uptown: Duke Ellington, James. P. Johnson and the Birth of Concert Jazz”; John Howland; University of Michigan Press 2009; 360 pag.; paperback $ 29,95 (Amazon ca. $ 20, -); ISBN 978-0-472-03316-4.

NEW COOL COLLECTIVE OP CD PRESENTATIE TOURNEE
De New Cool Collective heeft voor het label Dox records een nieuwe cd opgenomen “Sugar Protocol” met als gasten Los Papines uit Cuba en Mapacha Africa uit Kenia. Het bevat een amalgaam van meerdere stijlen, maar behoudt de dynamiek en felheid van de NCC band.
Ter promotie wordt een tournee gestart, die ruimschoots de maand oktober beslaat.
Optredens: 9/10 Perron 55 Venlo; 10/10 Bolwerk Sneek;15/10 Effenaar Eindhoven; 16/10 Hedon Zwolle; 23/10 De Kelder Amersfoort; 30/10 Burgerweeshuis Deventer; 31/10 De Meester Almere; 1/11 Roepaen Ottersum.

Trompettist Terell Stafford is in november één van de gastspelers op het tiende Django Reinhardt NY Festival.
FESTIVALS
CORK GUINESS JAZZ FESTIVAL
Een kleinschalig, maar hoogwaardig festival gesponsord door medenaamgever Guiness bier wordt van 23 t/m 26 oktober gehouden in de Zuid Ierse havenstad Cork.met o.a.: 23/10 The Bad Plus, Sun Ra Arkestra; 24/10 Kurt Elling, Monty Alexander; Claudio Rodito, Al DiMeola; 25/10 Jack DeJohnette, John Surman, Gilad Atzmon Jazz Quartet, Eldar Djangirov en het Pharoah Sanders Quartet.
LONDON JAZZ FESTIVAL
Het London Jazz Festival wordt van 13 t/m 22 november gehouden ism BBC Radio 3 in de Barbican Hall, Kings Place, Southbank Centre en Wigmore Hall. Het eerste klas programma biedt o.a.: 13/11 John Scofield; 15/11 Vijay Iyer & Leszek Mozdzer; 14/11 Tomasz Stanko; 16/11 Marcus Roberts Trio, Branford Marsalis; 17/11 Carla Bley; 18/11 John Surman, Stefano Bolliani (t/m 21/11); 19/11 Gilberto Gil, Bill Frisell & BBC Symphony Orchestra; 20/11 Dave Holland Overtone Quartet; Alan Barnes on Benny Goodman; 21/11 Cleo Laine & John Dankworth, Tord Gustavsen, Gwilym Simcock; 22/11 Marcus Miller’s Tutu Revisited.
MAASTRICHT JAZZ PROMENADE
De 19 de Jazz Maastricht Promenade vindt plaats van 22 t/m 25 oktober en biedt na een opstap met het New Cool Collective op 14 oktober een serie concerten in theaterzalen en café’s in het centum van de stad en aan de Oostoever van de Maas met onder meer: 22/10 de groep Lavalu met Mariëlle Woltring en het Dimitar Bordurov Trio; 23/10 het Ad Colen Quartet, Hans Dulfer & New Band; Kim Versteijnen en Captain Hook; 24/10 Eric Vloeimans met Gatecrash, Charli Green Quartet en Claudia Christoffel; 25/10 Florian Weber en Eric Vloeimans; composer in residence Mike Roelofs & Friends en de Charli Green Big Band.
NEW YORK DJANGO REINHARDT FESTIVAL
Na de start in 2000 is het Django Reinhardt NY Festival in kwaliteit en publieksbelangstelling gegroeid. Deze tiende editie vindt plaats in de jazzclub Birdland van 3 t/m 8 november enkele maanden voor de honderdste geboortedag van Django (23.1.2010 – 16.5.1953) met o.a de violisten Tchavolo Schmitt, Samson Schmitt en nieuwkomer Aurore Voilque. Gasten in de jubileumeditie zijn o.a.: 3/11 saxofonist Joel Frahm; 4/11 trompettist Dominick Farinacci; 5/11 trompettist Terell Stafford; 6/11 harpist Edmar Castaneda; harmonica speler Hendrik Meurkens; 8/11 wasbord speler David Langlois.
SEATTLE EARSHOT JAZZ FESTIVAL
Het Earshot Jazz Festival heeft weinig last van nostalgie of recessie en programmeert breed en modern in een langlopende periode van 16 oktober t/m 8 november. Naast een filmprogramma is er een zeer interessante serie concerten. Een selectie: 16 + 17/10 saxofonist Miguel Zenon;18 + 19/10 zanger/pianist Allen Toussaint, drummer Matt Wilson; 20/10 bassist Mark Dresser & pianiste Mary Melford & drummer Matt Wilson; 21/10 pianist Omar Sosa; 22/10 celliste Peggy Lee & zangeres Saadet Türköz; trompettist Cuong Vu & pianiste Mary Melford; 23 + 24/10 pianist Hal Galper & drummer John Bishop; 24/10 pianiste Helen Sung, harpiste Zeena Parkins & multi elektronica instrumentalist Ikue Mori; 26/10 fluitiste Anne Drummond; 26 + 27/10 pianist Eldar Djangirov; 27/10 Washington Composers Orchestra met o.a. Wayne Horvitz’s klarinet concert “River of Whiskey”; 28/10 saxofonist Hadley Caliman; 29/10 hoornist Tom Varner; 29 + 30/10 drummer Jason Marsalis; 1/11 percussionist John Hollenbeck met zijn Claudia Quintet plus toetsenist Gary Versace; 2/11 pianist Achim Kaufmann & rietblazer Frank Gratkowski & bassist Wilbur de Joode, percussionist Cyro Baptista; 2 + 3/11 saxofonist Harvey Wainapel en pianist/fluitist Jovino Santos; 3/11 rietist Don Byron & drummer Billy Hart; 4/11 vocaliste Claudia Acuna en pianist Jason Linder; 5 + 6/11 pianiste Kris Davis & violist Mark Feldman, saxofonist Oliver Lake & drummer Andrew Cyrille; 7 & 8 trompettist Ralph Alessi & saxofonist Tony Malaby.
STRAATSBURG JAZZ D’OR FESTIVAL
In de Noord Franse stad met de Duitse naam Strasbourg, overbelast door het maandelijkse Europese Parlement vergadercircus, wordt van 6 t/m 20 november het Jazz D’Or Festival gehouden. Na een september optreden van Steve Coleman en het komende 2 oktober concert van Cecil Taylor & Tony Oxley start dit internationale evenement officieel in november met o.a.: 6/11 de Franse premiere van het gitaartrio Wolfgang Muthspiel & Ralph Towner & Slava Grigoryan, toetsenist Bojan Z & trombonist Joshua Roseman; 8/11 tenorist/vocalist Archie Shepp met “Phat Jam” waarin drummer Hamid Drake; 10/11 el. gitarist Luc Ex en pianist Veryan Weston met de groep SOL 12 waarin Ingrid Laubrock (sax/voices); 11/11 Quintet van de trompettist Dave Douglas met pianist Uri Caine; 14/11 pianist Guus Janssen & slagwerker Han Bennink, pianist Martial Solal met saxofonist Christophe Monniot; 15/11 Jellie Dekker’s film “Hazentijd” over Han Bennink met discussie;oud speler Anouar Brahem;17/11 bassist Barre Phillips & pianist Matthew Bourne; 17 + 18/11 theaterstuk “Prevert Blues” met bassist Henri Texier sur scene; 19/11 cellist Vincent Courtois & altist Guillaume Roy; 20/11 saxofonist David Murray’s Cuban Ensemble speelt “Nat King Cole En Espagnol”.

KORT NIEUWS
DEUTSCHER JAZZPREIS VOOR EBERHARD WEBER
Bassist Eberhard Weber (zie foto) krijgt 6 november op het Jazzfest Berlin de Deutscher Jazzpreis ter waarde van 15.000 euro. Weber is bekend van zijn optredens met Wolfgang Dauner, Dave Pike en het United Jazz & Rock Ensemble in de 70- er jaren. Zelf richtte hij in 1975 de groep Colours op, waarin o.a. Charlie Mariano speelde, na het succes van zijn solo album “Colours of Choice”. In de 80- er jaren was Weber vooral actief in het Jan Garbarek Quartet. Momenteel is hij gehandicapt door een verlamming van de linker hand. Zijn laatste album “Stages of a Long Journey” (ECM) dateert van 2005.
TOOTSIE’S: $ 2 MILJOEN DOLLAR JAZZCLUB IN DAYTON
Dit najaar start in Dayton in de wijk Wright - Dunbar aan de West Third Street t/o het Charles Drew Health Center de bouw van een jazz supper club met de naam Tootsie’s. De bouwkosten bedragen 2,3 miljoen dollar, de oppervlakte is ruim 5.000 vierkante meter. Wat eigenaresse Gwendolin Dorsey met de overtollige meters gaat doen is nog onduidelijk. Zij heeft ervaring in urbanisatieprojecten. De stad in het Oosten van Noord Amerika telt nog geen 200.000 inwoners terwijl de te ontwikkelen vloeroppervlakte geschikt is voor een middelgroot museum. De club krijgt een ballroom voor 300 gasten, een bar, een lounge area en een professionele keuken, maar is alleen op vrijdag- en zaterdagavonden in gebruik als jazzclub. Mevrouw Dorsey: “This is the kind of place you dress up to go to. No jeans allowed. No hip hop”. Op de legerplaats bij Dayton werd in 1995 de basis gelegd voor het vredesverdrag van Bosnië en Herzegovina.

SONNY ROLLINS OVER ZIJN PRESTIGE OPNAMES MET MILES DAVIS
De dubbel cd “Miles Davis & Sonny Rollins: The Classic Prestige Sessions, 1951 – 1956” bevat alle 25 songs, die de twee bopreuzen in de vijftiger jaren opnamen voor het label Prestige. Dit betreft de opnamesessies van17 januari 1951, 5 oktober 1951, 30 januari 1953, 29 juni 1954 en 16 maart 1956. Vóór 1956 was Miles in minder goede vorm door zijn gebruik van verdovende middelen, die allesbehalve stimulerend werkten. Ira Gitler, die als producer voor Prestige werkzaam was, vertelt hierover in een kersverse videoreportage van Bret Primack, die te vinden is op jazzwax.com bij de Sunday Wax Bits van 20 september jl.
Gitler kafferde Miles uit wegens slecht spel bij de opnames in januari 1953 (nog afgezien van het eerder niet op komen dagen). Miles vertrok bijna kwaad, maar werd binnenboord gehouden. Om de studio sessie te redden koos Gitler tot slot een langzaam stuk, “Round Midnight”, dat voor Miles nog net te behappen was. Tenorist Rollins werd hierbij geassisteerd door Charlie Parker, die om contractuele redenen zijn alt thuis liet en op tenor speelde.
Primack laat ook drummer Roy Haynes, aanwezig bij de eerste sessie, op de video aan het woord, die tevergeefs Rollins geheugen over die eerste sessie aftast. Rollins, die al in 1949 met Miles Davis in jazzclubs speelde, was in die periode ook een drugsgebruiker. Na de dood van Charlie Parker kickten beide musici buiten New York af. Dit neemt niet weg, dat Rollins zijn gebruik beter onder controle had en drie prachtige composities aanleverde voor de 1954 sessie: “Oleo”, “Airegin” (Nigeria andersom) en “Doxy”.
De dubbel cd gaat vergezeld van meer dan 10 pagina’s interessante, maar door de donkere ondergrond moeizaam leesbare liner notes van Gitler, die ooggetuige was bij de meeste opnames.

De Nederlandse bassist Clemens van der Feen heeft de halve finale bereikt van de Internationale Thelonious Monk bas competitie.
KORT NIEUWS
INTERNATIONALE THELONIOUS MONK BAS COMPETITIE
Zaterdag 10 oktober is de halve finale van de 2009 Thelonious Monk International Jazz Bass Competition. De dag erna, zondag 11 oktober, is de grote finale, die groots wordt gevierd met een Blue Note Records 70th Anniversary Gala in het Kennedy Center in Washington. Optredende musici zijn o.a. Anita Baker, Terence Blanchard, Dee Dee Bridgewater, Terry Lyne Carrington, Jimmy Heath, Joe Lovano, Wayne Shorter en Esperanza Spalding. De jury bestaat uit David Baker, Ron Carter, Charlie Haden, Dave Holland, Bob Hurst, Christian McBride en John Patitucci.
Bij de semi finalisten bevinden zich o.a. Clemens van der Feen, Matt Brewer, Linda Oh, Joe Sanders en Ben Williams. De eerste prijs is een beurs van $ 20.000, - en een album opname bij Concord.

Percussionist/vibrafonist Joe Chambers reactiveert de percussiegroep M'Boom.
M’BOOM PRESENTEERT THEATERSTUK “NOMMO”
De jazz percussie groep M’Boom presenteert vrijdag 30 oktober ism de muziekafdeling van het UNCW (University of North Carolina Wilmington) het theaterstuk “Nommo”. De muziek is gecomponeerd door M’Boom en dient als basis voor een opvoering met dansers en dichters. De uitvoering is in het Kenan Auditorium van deze Universiteit. M’Boom was het geesteskind van drummer Max Roach, die in 1970 een groep slagwerkers verzamelde, die een brede range aan percussie instrumenten bespeelden en alle mogelijkheden op het vlak van ritme, melodie, harmonie en contrapunt exploreerden. Van de oorspronkelijke M’Boom groep resteren na de dood van Roach in 2007 nu nog Joe Chambers ( jazzprofessor bij het UNCW), Warren Smith en Ray Mantilla. Zij worden aangevuld met Steve Berrios en Eli Fountain.

NIEUWE CD “PARKEN” VAN HAN BENNINK TRIO
Han Bennink was als drummer al jong een talent om rekening mee te houden en daardoor veel gevraagd als begeleider van passerende Amerikaanse topsterren waarvan Sonny Rollins één der eersten was. Bennink was nooit leider van een eigen groep, hooguit co-leider, zoals bij het ICP. Sinds een recente workshop in Banff in Canada heeft hij twee jonge musici ontdekt, die het leiderschapsvuur bij hem hebben ontbrand. Het resultaat was in 2008 Bennink’s eerste eigen trio en nu een cd van dit trio met de Deense pianist Simon Toldam (29) en de Belgische (bas)klarinettist Joachim Badenhorst (27). De cd “Parken”(Ilk Musik) wordt 30 september gepresenteerd in het BIMhuis met een concert door dit trio en ligt vanaf 28 september in de winkel. Naast het titelstuk “Parken” bevat het album “Flemische March”, “Lady of the Lavender Mist”, “Music for Camping”, “Isfahan”, “Reedeater”, “Fleurette Africain”, “After the March” en ”Myckewelk”.

REISSUE LABEL RHINO ONTSLAAT 30 TOT 40 MAN
Reissue label Rhino, dochter van de Warner Music Group, heeft 30 tot 40 stafleden ontslagen. Deze ontslagronde raakt alle afdelingen en is het gevolg van de dalende verkoop van cd’s en – Rhino’s specialiteit – reissue cd boxen, waaronder jazz en pop sets, zoals recent van Frank Sinatra. Reissues waren tot voor kort de melkkoe van platenlabels, maar zelfs de digitale verkoop hiervan levert reissue marktleider Rhino onvoldoende op om de status te kunnen handhaven. Rhino personeelsleden kregen bij hun bevordering één of meer extra’s, waaronder medische verzekering, extra vakantiedagen, krediet opties, kantoor fitness en gratis indoor parking onder het motto “Rhino is a Great Place to Work”.
Rhino werd in 1978 opgericht door bluesliefhebber Richard Foos en Harold Bronson en werd in 1985 uitgebreid met Rhino Home Video en in 1991 met Kid Rhino. In 1992 werd een distributiedeal gesloten met WEA/Atlantic Records, een dochter van Warner. In ruil voor de optimale wereldwijde distributie mocht Rhino het complete Atlantic muziekarchief exploiteren. Sinds 1998 is Rhino een volle Warner dochter. Foos startte als tweede hands platenhandelaar met verkoop vanuit de auto kofferbak en opende in 1973 zijn eerste winkel in de Los Angelos regio. Harold Bronson was een vaste en goed geïnformeerde klant en werd winkelmanager en uiteindelijk mede eigenaar.
Wereldwijd bouwde Rhino een naam op als “preeminent pop culture archivist” dankzij uitstekende selecties, perfecte geluidskwaliteit en uitgebreide achtergrond informatie.
Na de 1992 WEA/Warner distributiedeal werkte Joel Dorn als free lance producer ook voor Rhino. Hij produceerde voor deze L.A. company o.a. een 13 cd Atlantic box en een 7 cd John Coltrane box met Atlantic opnames. De locale Los Angeles jazzgeschiedenis werd in de zeer interessante Rhino box “Central Avenue Sounds” met een gedegen historische brochure samengevat door Steven Isoardi, Bob Carlton en Patrick Milligan. Separaat verscheen een gelijknamig boek bij University of California Press met interviews waaraan Isoardi ook medewerking verleende.



