
PATRCIA BARBER: VAN OVIDIUS TOT COLE PORTER
De niet alledaagse pianiste, componiste en zangeres Patricia Barber, dochter
van Glen Miller band saxofonist Floyd Barber, brengt een tweedaags bezoek aan
ons land.
Zij treedt op met haar vaste begeleiders gitarist Neal Alger, bassist
Michael Arnopol en drummer Eric Montzka in het Bimhuis en in Lantaren/Venster
op donderdag en vrijdag a.s. De kracht
van Barber schuilt in het feit, dat zij niet de standaardwegen bewandelt. Zij
creëert de song cyclus “Mythologies”,
gebaseerd op Ovidius’ Metamorfosen, maar herschept ook popsongs of de songs
van Cole Porter, zoals in haar cd “The Cole Porter Mix”. Daarvoor legde ze een lange weg af startend
met klassiek piano onderricht op haar zesde, gevolgd door saxspel in de high
school band, een studie psychologie en pianolessen uitmondend in een verhuizing naar Chicago, waar ze werkt
met Stan Getz en Lionel Hampton alvorens een eigen trio op te richten waarin
o.a. bassist Arnopol fungeert, die ze begin tachtiger jaren ontmoet. Ze werkt
ruim zeven jaar in de Gold Star Sardine Bar gedurende vier avonden per week,
maar stapt begin negentiger jaren over
naar de Green Mill Jazz Club, eveneens in Chicago. Daar treedt ze ook op met
drummer Montzka. Na een act in 1988 op het Chicago Jazz Festival wordt ze
gespot door het North Sea Jazz Festival waar ze vervolgens meerdere keren
optreedt ondertussen langzaam een internationale groep bewonderaars kwekend met
eigenzinnige cd’s waaronder “Split” op haar eigen Floyd label, vernoemd naar haar
jong gestorven vader, “A Distortion of Love” (1991), “Café Blue” (1994),
“Modern Cool” (1997) en ”Nightclub” (2000).
Ze krijgt veel lof toegezwaaid: “Independent Thinker” (Chicago Tribune),
”Postmodern Poet” (Westchester County Weekly), “Hopeful Pessimist” (Down Beat),
“Postmodern Jazz Aesthetic” (New Groove), maar wordt ook genegeerd in de
recente Penguin Guide to Jazz Recordings, nadat in de voorgaande editie vermeld
werd “Barber will be seeking dramatic departures in her work” en “irrisistable
covers”.
Barber zelf: “Ik speel in de eerste plaats om steeds beter te worden, niet voor
roem of voor het grote geld”. Griekse mythologie, Franse filosofie, 19 de eeuwse componisten, de blues en oude
rock, pop en jazzsongs zijn haar voedingsbodem en stimulatoren.
Concertdata: Klub Eskulap Poznan 1.4; BIMhuis A’dam 2.4;
Lantaren/Venster R’dam 3.4; Kazaliste
Mladih Zagreb 4.4; Altes Pfandhaus
Keulen 6.4; Unterfahrt München 7.4; Le Bataclan Parijs 8.4; Sala Calmores Madrid 10 - 11.4.

DAVE BRUBECK OPGENOMEN IN ZIEKENHUIS
Dave Brubeck werd vorige week opgenomen in het Norwalk Hospital in Norwalk
(Connecticut) met een virusaandoening. De 88 jarige pianoreus (zie foto
hierboven) moet hierdoor zijn concert, dat hij a.s. vrijdag zou geven op de
Stockton campus van de University of the Pacific in Nothern California
afzeggen. Zijn in Engeland wonende zoon Darius (zie foto hieronder), die daar
vandaag ook zou spelen, neemt de honneurs waar, inclusief een lezing over
Dave’s beroemde “Time Out” album uit 1959. Alle stukken van deze historische LP
zullen gespeeld worden. Dit album raakte een halve eeuw geleden wereldwijd een
gevoelige snaar bij jonge jazzfans. Er werden meer dan 1 miljoen stuks verkocht
en het staat nog steeds in de historische jazz top 10 lijst qua verkopen.
Het jaarlijkse Brubeck Festival op de Stockton campus gaat deze week gewoon
door met concerten door o.a. Gerald Clayton. Daarnaast wordt de film “The
Making of Time Out” vertoond door Russel Gloyd en worden in paneldiscussies
andere beroemde jazzalbums uit 1959 besproken, waaronder “Kind of Blue” van
Miles Davis, “Giant Steps” van John Coltrane. “Mingus Ah Um” van Charles Mingus
en “The Shape of Jazz to Come” van Ornette Coleman.

Darius Brubeck valt in op het Brubeck Festival in Stockton (Californië) voor zijn in het ziekenhuis opgenomen vader.

ORNETTE COLEMAN KOMEND SEIZOEN ZEER ACTIEF
De bijna tachtig jarige componist/saxofonist Ornette Coleman (1930) heeft dit
jaar vele pijlen op zijn boog staan. Na enkele optredens in Zuid- Amerika in de
eerste helft van mei komt hij naar Europa voor concerten in Italië, Oostenrijk
en Duitsland, die doorlopen tot eind eerste week van juli. Hij is curator op
het Meltdown Festival 2009, dat half juni op de Southbank van de rivier de
Thames midden in het hart van Londen gehouden wordt. Op dit evenement, waar ook
John Zorn en Charlie Haden verschijnen, zal Ornette tweemaal optreden.
In de zomerperiode participeert hij in het Canadese Montreal Jazz Festival, dat
van 1 t/m 12 juli gehouden wordt. Daar moet hij spelen met slechts 1 dag voor
rust/reizen na zijn laatste concert in Duitsland. Ook in het najaar pendelt hij
heen en weer tussen Canada, Europa en Amerika. Op uitnodiging van Jazz At
Lincoln speelt Ornette in het Lincoln
Center New York op 26 september met zijn kwartet. Vaste leden hierin zijn
Coleman’s zoon Deonardo op drums, Tony Falanga op bas en Al MacDowell op
basgitaar. MacDowell werkt al sinds Prime Time (1976) samen met Coleman.
Concertdata: 7.5 Gran Rex Theater Buenos Aires (Argentinië); 9.5 Movistar Arena
Santiago (Chili); 12.5 Teatro Cultural La Plata (Argentinië) ; 9.6 Meltdown
Festival Londen; 25.6 Auditorium Rome; 27.6 Teatro Palamostre Udine (It);1.7
Schloss Park Neu Hardenberg (Duitsl); 4.7 Traumzeit Festival Duisburg (Duitsl);
9.7 Montreal Jazz Festival (Canada); 30.8 Congres Zentrum Saalfelden (Oostenr);
2.9 Grand Halle La Vilette Parijs; 24.9 Massey Hall Toronto; 26.9 Lincoln
Center New York; 8.11 Davies Symphonie Hall San Francisco.

Het vervallen markthallen complex Mart 125 in Harlem, dat in
de ogen van de stad New York een nieuwe locatie voor het National Museum in
Harlem én Image Nation moet worden.
KOMT HET JAZZ MUSEUM IN HARLEM TEGENOVER HET APOLLO THEATER?
De Economic Development Corperation van New York City heeft twee non profit
cultuurorganisaties geselecteerd, die zich op West 125th Street tegenover het
Apollo Theater mogen vestigen in het oude markthal complex Mart 125 (zie foto
hierboven). Dit complex staat al ruim zes jaar leeg, nadat marktkooplui
weigerden de huur te betalen wegens een lekkend dak en een niet werkende airco.
Het project startte in 1986 en was bedoeld om Afro Amerikaanse straatkooplui een kans te geven uit te groeien
tot reguliere handelaren en winkeliers. De geselecteerde instellingen zijn
Image Nation, dat een filmzaal wil starten met niet- commerciële films en
progressieve muziek gericht op Afro Amerikanen en Latino’s. Plus het National
Jazz Museum in Harlem, dat ook het Victoria Theater op West 125 th Street op
het oog heeft waar 3.000 m2 beschikbaar is. Dit vaudeville en filmtheater (zie
foto hieronder) werd in 1977 gekocht door de Harlem Community Development
Corporation en wordt sinds 1989 niet meer gebruikt.
Voor de nieuwbouw op de plek van Mart 125 moeten beide cultuur instellingen
zelf de bouw- en inrichtingskosten opbrengen. Het jazzmuseum, dat nu bescheiden
op East 126th Street huist, zou in Mart 125 nieuwe stijl ook 3.000 m2 krijgen
voor haar collectie en voor exposities en Image Nation 700 m2.

Het sinds 1989 leegstaande Victoria filmtheater in hartje Harlem, dat het National Jazz Museum in Harlem in eerste instantie als haar nieuwe museumlocatie koos.

SUN RA 6 CD BOX: “LIVE AT SLUG’S SALOON 1972”
Maandagavonden zijn niet erg interessant voor jazzclubs. Dat biedt ruimte voor
kleine experimenten. Aangezien veel musici die avond vrij zijn ontstaat snel de
behoefte een bigband te formeren. Trompettist Thad Jones en drummer Mel Lewis
konden zo vanaf 1965 jarenlang hun Thad Jones/ Mel Lewis Jazz Orchestra op
maandagavond laten spelen en repeteren in de New Yorkse jazzclub Village
Vanguard. Na het vertrek van Jones en de dood van Mel Lewis in 1990 werd dit The
Vanguard Jazz Orchestra. Dit orkest was in februari jl. zelfs een week lang
actief in de thuisclub.
Sun Ra verhuisde in 1961 naar New York en vond weinig werk voor zijn Arkestra.
Hun enige reguliere gig was het jarenlange maandagavond optreden in Slug’s Saloon
aan 242 East 3rd Street in New York. Dat startte direct na de opening van
Slug’s in 1966 en stopte enige tijd nadat Lee Morgan daar begin 1972 vermoord
werd, omdat de club gesloten werd.
Verrassend is derhalve de verschijning op het Transparency label van de 6 cd box “Sun Ra – Live At
Slug’s Saloon 1972”, die een half jaar
na de dood van Morgan in Slug’s werd opgenomen gedurende de zomermaanden juni
en augustus. Eerder was geen Sun Ra materiaal van Slug’s optredens
verkrijgbaar. De spotgoedkope box bevat twee shows van in totaal zes uur met
opnames, die de overgang van psychedelische muziek naar jazz en blues markeren.
Sun Ra vertrok kort daarna met zijn als leefgemeenschap existerende band naar
Philadelphia. De discografische informatie werd verzameld door Christopher Trent, die met Robert
Campbell “The Earthly Recordings of Sun
Ra” samenstelde, waarvan de eerste
editie in 1994 verscheen en de tweede - driemaal zo dikke - herziene editie in
2000 het licht zag (beide bij Cadence
Books). www.jazzloft.com

Kleine Nederlandse jazzpodia zouden in 2007 ruim 10 % meer
bezoekers hebben ontvangen volgens het Muziek Centrum Nederland. Foto: Smalls
Jazzclub in New York.
GING U IN 2007 VAKER NAAR UW JAZZCLUB?
Muziek Centrum Nederland stelt in het deze week gepubliceerde onderzoek “Kleine
Muziekpodia in Beeld”, dat u in 2007 zo’n 10 tot 15 % vaker uw kleine jazzclub
bezocht. Tegelijkertijd stelt het MCN, dat de klassieke muziek en jazzpodia in
2007 dezelfde omzet genereerden als het jaar daarvoor. Aangezien de entreeprijzen
nergens daalden moet u per bezoek minder aan de bar gedronken hebben of een kleinere jaardonatie geschonken hebben. Dat is mogelijk, maar niet aannemelijk.
Aangezien de informatie door de kleine klassieke muziek en jazzclubs zelf
werd aangeleverd (en dat slechts door een beperk aantal podia) en niet
middels steekproeven werd gecontroleerd, valt niet te zeggen of deze cijfers
betrouwbaar zijn. Een gelijkblijvende jaaromzet bij een significante
bezoekerstoename geeft al een serieus knelpunt aan.
Het onderzoek stelt verder, dat kleine jazzpodia lagere entreeprijzen hanteren
dan klassieke muziek podia en dat jazzpodia meer verdienen aan de horeca. Onder
podia wordt ook verstaan kleinschalige festivals.
Van alle kleinschalige podia bezit minder dan 1 op de 5 de zaal, het merendeel
huurt de podiumruimte. Van de 360 kleine podia met klassieke muziek, jazz,
wereldmuziek en hedendaagse muziek, wordt 10 % tot de jazzpodia gerekend, dus
minder dan 40.
Kennelijk worden horeca jazzpodia niet meegerekend, hetgeen begrijpelijk is,
omdat deze instellingen geen separate boekhouding voor hun jazzpodium voeren.
In het Westen worden voor alle muziekcategorieën samen meer concerten gegeven
en meer bezoekers per 1000 inwoners gewonnen dan elders in het land.
Per jazzconcert kwamen gemiddeld zo’n 72 bezoekers opdagen en dat geldt ook
voor wereldmuziekconcerten, maar er vonden op kleine jazzpodia ruim 3.000 optredens plaats tegenover zo’n 450 bij kleine wereldmuziekpodia, dus 7 x zoveel.
Die 3.000 jazzconcerten leverden 220.000
bezoekers op, dus 72 á 73 bezoekers per concert, die gemiddeld minder dan 10
euro entree betaalden (losse kaarten, gratis entree en abonnementen).
Dit betekent ook dat de 36 jazzclubs gemiddeld meer dan 80 concerten
organiseerden in 2007, dus 2 per week omdat in de zomerperiode de podia niet of
minder actief zijn.
Zeer verrassend en nauwelijks geloofwaardig is de opgegeven leeftijdsopbouw:
“de leeftijd van het publiek van jazzpodia is zeer gelijkmatig verdeeld tussen
20 en 60 jaar”. Het rapport stelt verder dat dit een schatting van de podia
zelf is. Het is mogelijk dat gewenst correct subsidiegedrag aan deze
merkwaardige leeftijdscijfers ten grondslag ligt.
Inkomsten komen voor de helft uit subsidies, voor een één derde uit kaartjes en
horeca en de rest uit sponsering e.d. Jazzpodia onderscheiden zich door één
vijfde van hun omzet uit horeca te halen en dat is meer dan bij andere (kleine)
podia.
De uitgaven zijn niet uitgesplitst voor jazzpodia. Wel wordt gesteld dat de
kosten voor jazzprogrammering onder het totale gemiddelde van ongeveer 50 %
liggen. Dit is een merkwaardig fenomeen, dat nadere analyse verdient. Wel is
duidelijk dat de jazzpodia minder vrijwilligers en meer beroepskrachten tellen
dan de meeste andere podia, hetgeen kostenverzwarend werkt.
Een groot probleem is, dat van de 367 online aangeschreven podia er slechts 98
de enquete volledig invulden. Daarna werden de cijfers herwogen voor de hele
groep. Een non - response van bijna 75 % is eigenlijk onacceptabel.
De zeer kleine jazzpodia steekproef, minder dan 40 waarvan ook een groot deel
de enquete niet ingevuld zal hebben, maakt dat alle jazzpodia uitkomsten met
een zeer grote slag om de arm beschouwd moeten worden.
De conclusie is dan ook dat niet participerende jazzpodia zichzelf én de sector
schade berokkenen.

KORT NIEUWS
PREMIERE ED THIGPEN FILM
Don McGlynn stelde een anderhalf uur durende documentaire samen over drummer Ed
Thigpen (1930), die zomer vorig jaar nog vrolijk op het Copenhagen Jazz
Festival trommelde en in 1995 als uitblinker van de Groningse Jazz Marathon
gold. Het drumbloed kwam van zijn vader Ben Thigpen, die onder meer bij Andy
Kirk speelde. Thigpen woont al bijna vier decennia in Denemarken en zal
waarschijnlijk deze eerste Amerikaanse vertoning niet bijwonen. De documentaire
“Ed Thigpen: Master of Time, Rhythm and Taste” wordt op 29 april vertoond in
het Mary Pickford Theater in Washington in het kader van de Library of Congress
Jazz Film Series.
Andere films die vertoond worden zijn: “The Jazz Baroness" (BBC 2009)
gemaakt door Hannah Rothschild over Panonica de Koenigswarter, eerder verguisd
door haar familie de Rothschilds, maar nu een aangename bron van bescheiden
inkomsten, “Electric Heart”(2008) gemaakt door John Vizzusi en Mike Kaiser over
de uitzonderlijke trompettist Don Ellis
en “New Orleans Music In Exile”(2006) van regisseur Robert Mugge over de
gevolgen van de Katrina ramp voor Dr. John, Irma Thomas, Marcia Ball en de
Rebirth Brass Band uit New Orleans.
A A FINALISTEN
De finalisten van de Amersfoort Jazz Talent Award 2009 zijn gekozen uit twintig
inschrijvingen. Op zaterdag 9 mei treden in de keistad aan het Christian Pabst
Trio, het Marike van Dijk Quintet, het Emil Bovbjerg New Septet en de groep
Senses Wide Open.
De finalisten van de Deloitte Jazz Award zijn eveneens bekend. Dat zijn hoornist Tim Kliphuis, bassist
Clemens van der Feen en pianiste Kaja Draksler. Overigens deed Marike van Dijk
ook aan deze voorronde mee, maar met minder succes. De finale is op 8 april in
het BIMhuis in Amsterdam. De winnaar incasseert 20.000 euro.
Kaja Draksler speelt 12 april in Bussum in jazzclub Langs de Lijn en doet in
juni haar eindexamen op het Groningse Prins Claus Conservatorium. Kliphuis
speelt de komende maanden met de groep Kyteman op diverse festivals. Van de
Feen is de komende weken op diverse podia te horen met het Narcissus Quartet.
BILLY BANG EN VIETNAM
Vietnam veteraan violist Billy Bang geeft vanavond een
concert in The Gatehouse in NY met een orkest waarvan de leden bestaan uit veteranen van zowel de Vietnam als de Korea
oorlog. Billy Bang and his Aftermath Band spelen composities waarin de
oorlogservaringen zijn verwerkt en waarin traditionele Vietnamese instrumenten
worden gebruikt naast de westerse. Leden zijn o.a. altist James Spaulding,
trompettist Ted Daniel en drummer Newman Taylor Baker.
Bang zal ook met Pulitzer winnaar dichter Yusef Komunyakaa - eveneens een
Vietnam veteraan - samenwerken in de productie “Sacrifice: Meditations on the
Vietnam Experience”, die door Harlem Stage en het Center for Jazz Studies at
Columbia University wordt georganiseerd. Aan de twee optredens gaat een
paneldiscussie vooraf.
BAKER’S JAZZCLUB WANKELT
Een van de oudste jazzclubs in de USA, de oudste samen met de Village Vanguard,
wankelt door de slechte economie, die vooral autostad Detroit treft. Hier
huizen de bijna failliette automerken Chrysler en General Motors en heeft ook
automaker Ford zijn hoofdkwartier. Baker’s werd in 1934 in Detroit gestart door Chris
Baker en werd daarna bijna een halve eeuw door diens zoon Clarence Baker gerund.
De aanvankelijke naam Baker’s Keyboard Lounge was misleidend, want er traden
niet alleen pianisten op. Clarence haalde alle grote jazznamen binnen, van Fats
Waller tot John Coltrane, tot hij de club in 1985 verkocht (volgens andere
bronnen in 1996).
De huidige eigenaar John Colbert zag zijn omzet binnen een jaar met 40 % dalen, waarbij de problemen begonnen
met een opengebroken straat, vervolgden met het opheffen van parkeerplaatsen en
het verdubbelen van de waterrekening en eindigen met de Amerikaanse recessie.
Het 75 jarig jubileum zal van 1 tot 4 mei gevierd worden met o.a. een benefiet
jam session, die de club vermoedelijk niet overeind zal houden. Overigens wist zanger Eddie Jefferson zich op 9 mei 1979 ook niet staande te houden nadat hij in Baker's had opgetreden. Hij werd bij het verlaten van de club doodgeschoten.

The Skymasters voorjaar 1947 met op de voorste rij in het
midden zangeres Annie de Reuver en geheel links vooraan trompettist Willy
Schobben, die 25 maart jl. overleed op 93 jarige leeftijd.
EX SKYMASTERS TROMPETTIST WILLY SCHOBBEN OVERLEDEN
Wilhelmus (Willy) Schobben, die woensdag 25 maart na een kort ziekbed in zijn
huis in Kerkrade op 93 jarige leeftijd overleed, werd op 5 september 1915 in Maastricht geboren en begon op zijn zesde trompet te spelen bij
de locale harmonie. Na een studie klassieke muziek bij het Maastrichtse
muzieklyceum en het conservatorium in Luik kwam hij in dienst als 1 ste trompettist bij het Maastrichts Stedelijk
Orkest, de voorloper van het Limburgs Symfonie Orkest. In 1936 werd hij lid van
het AVRO- dansorkest en het jaar daarop trouwde hij met trompettiste Clara de
Vries, zuster van Louis en Jack de Vries, die vanaf 1935 haar eigen band leidde
“Clara de Vries and her Jazz Ladies”. Zij werd door de Duitse bezetting
gevangen genomen en in 1943 in een Duits concentratiekamp vermoord. Schobben
verbleef enkele oorlogsjaren in Zwitserland. Na de oorlog richtte hij met Bep
Rowold en Pi Scheffer de “Red, White and Blue Stars” op, dat in januari 1946
voor de AVRO radio debuteerde. In juni 1946 werd dit het “AVRO dansorkest The
Skymasters”, dat voor de radio en later in het land optrad met bigband stukken,
showtunes en popsongs, zoals “I Only Have Eyes For You”,”Woody Woodpecker” en
“Hela Hola Swing” naast “”Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen” en “Tulpen
van jou”.
Vervolgens speelde Schobben bij het KRO dansorkest, dat van 1957 tot 1964 voor
de radio actief was. Halverwege de zestiger jaren stopt hij enige tijd met
trompetspelen en was hij leider van harmonie orkesten. Uiteindelijk richtte hij
zijn eigen 18 mans orkest op waarmee hij in Nederland en Duitsland voor de
televisie en in grote zalen optrad met een Latijns- Amerikaans dansrepertoire.
Naast trompet speelde hij ook piano en accordeon. Hij is de componist van
“Trumpet Tango”, “Trumpet Time” en “Mexico”, dat hem met name in de zestiger
jaren internationale erkenning en werk opleverde. In 1999 lanceerde hij zijn laatste album “The Voice of the
Trumpet”. Hij trad voor het laatst op in 2005 met oud-collega’s.


DUKE ELLINGTON: 110 e GEBOORTEDAG
Deze maand is het 110 jaar geleden, dat Ellington geboren werd: 29.4.1899 - 24.5.1974.
Bovenaan een afbeelding van de Duke Ellington
cartoon, die Boy ten Hove maakte voor het fotoalbum, dat tijdschrift De
Jazzwereld in juni 1939 publiceerde. (Bron: Ate van Delden "Boy ten
Hove Caricatures" Aprilis Zaltbommel
2006 p. 94).
Daaronder een
reproductie van het (RCA) Victor P 138 album "A Duke Ellington Panaroma
- A Victor Musical Smart Set" uit 1942 met vier 10 inch 78 toeren
platen (collectie auteur). De onbekende ontwerper heeft al of niet met toestemming van ten
Hove de Ellington cartoon overgenomen zonder diens signatuur. Ook werd
er een streep wit uit de bovenzijde van Duke's coiffure verwijderd. Dit ontwerp kan de vergelijking met het werk van de initiator van 78 toeren albums met kleurencover - Alex Steinweiss, die voor Columbia ontwierp - niet doorstaan.
Mogelijk was Milt Gabler, eigenaar van de Commodore Record Shop, de trait- d'union tussen de Victor album ontwerper en het werk van ten Hove. Vanaf 1939 ruilde Gabler nieuwe 78 toeren platen tegen originele ten Have tekeningen, maar waarschijnlijk niet deze Duke cartoon.

EEN MERKWAARDIG DUO: TONY BENNETT EN BILL EVANS
Piano en zang is een zeer gebruikelijke combinatie in de klassieke muziek. In
de jazz komt deze sobere formatie weinig aan bod. Alleen jazzmusici met een
sterk ritme- en dramagevoel kunnen zo’n uitdaging aan. Voor pianist Bill Evans
geen enkel probleem en voor zanger Tony Bennett evenmin, mits goed begeleid en
daar staat Evans garant voor. De joyeuze Bennett en de uiterlijk quasi
ingetogen Evans troffen elkaar in juni 1975 en namen toen hun eerste album op. Dat
liep uitstekend en in de daarop volgende septembermaand kwamen ze weer samen en
maakten toen het album “Together Again”. Het eerste album werd in 2006
heruitgebracht met dezelfde songs plus vijf alternate takes.
”Together Again” werd in 2003 opnieuw in roulatie gebracht met twee extra
songs, “Who Can I Turn To?” en “Dream Dancing”, plus vijf alternate takes. Nu
lanceert Concord op het Fantasy label de dubbel cd “The Complete Tony Bennett/
Bill Evans Recordings” met alle 21 songs op de eerste cd en alle alternate
takes op de tweede cd. Grappig is, dat de openingstrack “Young And Foolish” in
de masterversie drie minuten en 50 seconden duurt en in de alternatieve versie
liefst vier minuten en 45 seconden. Evans is vijf jaar na deze opnames
overleden, Anthony Dominick Benedetto (82) is still alive and kicking,
allesbehalve “Young And Foolish” en nog steeds goed bij stem. Deze maand treedt
hij o.a. op in het Motor City Casino in Detroit en op de eerste dag van de
maand mei staat hij op het New Orleans Jazz & Heritage Festival. Helaas
beperken alle geplande concerten in 2009 zich tot het Amerikaanse continent, inclusief één optreden in Montreal in Canada.



